Transcript Straperlo

Bram: Ja, waarom vertellen we überhaupt verhalen uit de geschiedenis? Ik denk niet zozeer dat we dat doen, omdat we die geschiedenis elke keer beter begrijpen, maar we keren elke keer terug naar de geschiedenis om onszelf beter te begrijpen’

>> Muziek

Geert: Welkom bij de podcast van De Kostgangers. 

Daan: Mijn naam is Danielle Emans

Geert: En ik ben Geert van de Wetering. 

Daan: Deze keer volgen we Bram Esser in zijn onderzoek naar twee zakenmannen die hoog spel speelden.. 

Geert: En daarmee pionnen werden in een politiek steekspel

Bram: Ik kreeg ineens het gevoel alsof ik een soort van achter de schermen van de geschiedenis keek. Ik dacht: ‘verrek joh, dit zijn twee zakenmensen die op de één of andere manier dus te maken hebben met een toch wel grote gebeurtenis’. 

Geert: Een nogal grote gebeurtenis ja…

Daan: Namelijk de Spaanse Burgeroorlog.

Geert: Een oorlog die inmiddels al een beetje vergeten is.

Daan: Op zich niet zo gek, want het is ook al bijna een eeuw geleden, hij vond plaats van 1936 tot 1939.

Geert: De Spaanse Burgeroorlog was een bloedige strijd tussen aan de ene kant de Nationalisten, onder leiding van de fascistische generaal Francisco Franco…  En aan de andere kant de Republikeinen. 

Archief: “And day after day Franco’s forces break through, as the valleys are filled with his tanks, the air with his bombers and the mountains with the booming of his artillery.”

Geert: In minder dan 3 jaar tijd vielen honderduizenden slachtoffers

Archief: “Destruction reigns from the skies on houses that cave in like egg-shells.”

Geert: Zowel Nazi-Duitsland als fascistisch Italië steunden generaal Franco militair. 

Polygoon: “Met de hulp van Mussolini en Hitler die troepen en vliegtuigen stuurden werd de tegenstand van de Republikeinen langzaam gebroken.

Geert: De overwinning van Franco maakte een einde aan de parlementaire democratie. 

Polygoon: “Een fascistische dictatuur kwam er voor in de plaats. Spanje werd een land van politieke onvrijheid en geheime politie. En het bleef dat tot de dood van Franco, eind ’75.”

Daan: Ondanks de bittere strijd heeft de Spaanse Burgeroorlog in de collectieve herinnering het beeld van een romantische oorlog, die beroemdheden als Ernest Hemingway en George Orwell aantrok… 

Bram: Je kon gewoon de tram pakken. En dan ging je naar het front. Dan ging je vechten en dan kon je ‘s avonds weer een cocktail drinken in het Ritz hotel.

Daan: Je speelde als het ware soldaat. Er waren mannen die na kantoortijd nog even naar hun kameraden fietsten om een paar uurtjes mee te vechten, en dan weer hup naar huis.

Geert: Je zou kunnen zeggen dat deze oorlog werd opgevat als spel.  

Daan: Dat is in ieder geval hoe cultuurhistoricus Johan Huizinga oorlog beschouwde. Als een spel. Zolang beide partijen zich maar van hun nobele kant laten zien, waarin eer, trouw, moed en zelfbeheersing voorop staan.

Geert: In 1938 publiceerde Huizinga het boek Homo Ludens. De spelende mens. 

Huizinga: Homo ludens, proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur door J.Huizinga 

Geert: Hij stelt daarin dat cultuur, dus de manier waarop wij samenleven een vorm is van spelen. Spel is dus niet onderdeel van de cultuur. Maar cultuur is spel.  

Huizinga: …Ieder spel heeft zijn regels. Die zijn volstrekt bindend en onbetwijfelbaar. 

Daan: En over het belang van spel en spelregels, daarover gaat dit verhaal. 

Geert: Over wat er gebeurt als een speler overgaat tot valsspelen. 

Daan: Of als een speler, spelbreker wordt. 

>>

Bram: Dit is een soort spannend verhaal wat je vertelt aan de borreltafel, maar mensen reageren er altijd weer met veel ongeloof op, als ze het horen, van: ‘is dat echt zo? En: ‘waarom weet niemand dit dan?

Daan: Bram Esser is filosoof. En zoals hij het zelf noemt ‘ontdekkingsreiziger van het alledaagse’. Hij staat graag stil bij zaken waaraan anderen makkelijk voorbij gaan.

Bram: Omdat ik het wel interessant vind om juist in de wereld die we al denken te kennen en die al ontdekt is, en in kaart gebracht is, om daar toch weer een nieuwe verhalen en nieuwe perspectieven te vinden. 

Geert: Bram is een opvallende verschijning met z’n enorme bos krullen en grote uilenbril. Samen met zijn vriendin en twee jonge kinderen woont hij in een klaslokaal van een voormalige technische school in Groningen. Wanneer je het lokaal binnenkomt vanuit de lege gang waar voorheen pubers elkaar het leven zuur maakten, heb je het gevoel alsof je een soort uitdragerij binnenstapt. Overal, maar dan ook echt overal staan spullen. Geen vierkante centimeter is onbenut gelaten. Vaasjes, potjes, beeldjes, stapels boeken, kranten, krijtjes, alles door elkaar en op elkaar. Totale chaos voor de buitenstaander, maar voor Bram staat alles op z’n plek.

Daan: Het is een afspiegeling van Brams brein. Daar loopt ook alles door elkaar, geobsedeerd als hij is door de kleinste details die van het grootste belang kunnen zijn.

Bram: Dus je zoekt het dan in het kleine, maar kijkt wel van hoe kan dit kleine verhaal toch iets zeggen over de wereld waarin we leven? 

Daan: Een speelse geest dus… 

Geert: En zo ontdekt Bram verbanden die eerder nog niet zijn gelegd. Zo ook bij dit avontuur… Het begon een paar jaar geleden in Barcelona, tijdens een gezellig etentje bij vrienden. 

Bram: Ik kom regelmatig in Spanje. Ik heb er ook gestudeerd en ik was op bezoek bij een vriendin in Barcelona en ze was in gesprek met haar man en die vertelde een verhaal van: “Si, mis abuelas de la ratta época de Franco estaba metido en el Estraperlo” 

Daan: Dus beetje vrij vertaald, die vriend zegt “Ja, mijn grootouders waren in de tijd van Franco betrokken bij iets wat heet: Estraperlo”…

Bram: Ik zei: ‘Hè wat zei je nou?’… “Estraperlo!” 

Geert: En Bram denkt… Estraperlo, Estraperlo… ik ken dat woord helemaal niet in het Spaans, maar er ging wél een lampje branden, zo van: ik ben dat woord al eens eerder tegengekomen. 

Bram: Maar wat betekent dat dan? En toen zei-ie: ‘ja dat is eigenlijk illegale handel’, dus uit Andorra haalden ze dus tabak, sigaretten, tijdens de Franco tijd.

Hub: Estraperlo kent iedereen. En Estraperlo is voor iedereen ‘zwarthandel’.

Daan: Dit is Hub Hermans. Voormalig hoogleraar Moderne Romaanse letterkunde en cultuur aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Toen Hub als 18 jarige student naar Spanje vertrok, voelde dat als thuiskomen…

Hub: Spanjaarden zijn heel makkelijk in de omgang. Jouw vrienden zijn mijn vrienden, en ook al ging het dan verder nergens over, maar je had het idee: dit is leuk. En dit is het andere leven. En zo wil ik het later ook…

Daan: Hub vertelt dat er in de jaren na de Tweede wereldoorlog grote schaarste en honger was onder een groot deel van de Spaanse bevolking. 

Hub: Tot eind jaren ‘50 toe waren er bonnen voor allerlei dingen hè, voor voedsel en dat soort zaken, dus ja, zo krijg je allemaal van die zwartgeld-circuits. En dat werd dan Estraperlo genoemd. 

Bram: Het blijkt dus in de Spaanse taal in het woordenboek te zijn opgenomen als iets wat illegale praktijken betekent ‘zwarthandel’. 

Hub: Zodra je ergens komt en je denkt van ‘oh, dit is niet pluis wat hier gebeurt’, dan valt de term Estraperlo al gauw. 

Geert: Straks horen we meer van Hub Hermans, nu terug naar Bram die zat te broeden op waar hij dat woord Estraperlo eerder was tegengekomen. 

Bram: Dat begrip dat ken ik dus. 

Daan: Terug in Nederland, een paar dagen later, schiet het ’em tijdens de afwas opeens te binnen. 

Bram: Ja, voor mij was het een soort aha-erlebnis, als ik het zo mag zeggen…

Daan: Straperlo, niet “estraperlo” zoals de Spanjaarden zeggen, maar Straperlo, hij weet ineens weer waar hij dat begrip van kende…

Bram: Waar zijn wij nu? 

Jan: Dit is de kurzaal, dit is eigenlijk het centrum van het Kurhaus, hè 

Bram: Prachtig, prachtig! 

Jan: Ja, je mag het prachtig vinden. Er zijn mensen die het helemaal niet mooi vinden? 

Bram: Vanwege de barokke stijl? 

Jan: Dit noemen ze… Ik kan het bijna niet uit mijn mond krijgen ‘eclecticisme’, dus een samenraapsel van kunstvormen en ik noem het altijd de Sixtijnse kapel van Den Haag. Ja, je moet toch een beetje opscheppen, toch… 

Daan: Dit is Jan van Heel, rondleider bij het Kurhaus. Bram zocht hem op in deze historische blikvanger van Scheveningen.

Jan: Als we nou die kant opkijken, wat zie je daar? Die vleugel moet je in gedachten houden, maar die bar moet je wegdenken. Dat is een podium… 

Bram: Ah ja, nu je het zegt…

Geert: Een paar jaar geleden verdiepte Bram zich grondig in de geschiedenis van de badcultuur. 

Bram: Ja daar ben ik toen ingedoken…

Daan: Want ja, dat is wat Bram doet…

Geert: En als je het over badcultuur hebt in Nederland, dan kom je al snel uit bij het Kurhaus, dat in de 19de eeuw werd gebouwd als reactie op de gezondheidscultus die in heel Europa opkwam. 

Bram: Kijk Scheveningen is natuurlijk een badplaats van allure geweest. 

Daan: Mensen van stand gingen hun zomers doorbrengen aan de kust voor de heilzame werking die de gezonde zeelucht en het verfrissende water op lijf en leden zou hebben… 

Geert: En ook het Kurhaus speelde in op die populariteit van het kuren. 

Bram: Je had daar ook het inhalatorium.

Jan: De lucht werd daar gefilterd.

Bram: Moet je je voorstellen, een soort waterpijp waar je aan kan lurken, en daar kon je stoom inademen om je longen te zuiveren.

Jan: Nou, dat was werkelijk fantastisch. Denk ik… Het is maar hoe je het verkoopt he…

Bram: En zelfs het drinken van zeewater, één glas per dag werd aanbevolen. 

Daan: Er waren ook speciale paardenkoetsjes waarmee de strandgasten zichzelf de zee in konden laten rijden. Sommige waren uitgerust met een markies – zo’n rond gebogen zonnescherm met van die rood-witte banen. En die lieten ze dan helemaal tot aan het wateroppervlak zakken…

Jan: Dan kon je naakt zwemmen.

Bram: Ja, als je dan uit zee kwam, dan kon je je laten afdrogen door een Scheveningse visvrouw. Die verdiende daar ook een beetje aan bij.

Daan: Het Kurhaus was the place to be als je geld had, en status genoot. 

Bram: Dus het was in eerste instantie een soort plek waar toch wel de adel naartoe ging en de gegoede burgerij. Dat stond dan ook altijd in de de Scheveningse Koerier aangekondigd, welke hertogen er vandaag weer waren aangekomen. 

Daan: ‘Badderen’ was dé manier voor de rijke adel om de vrije tijd door te brengen

Bram: En natuurlijk is zwemmen leuk, een beetje in het water liggen. Maar je wil ‘s avonds ook wat te doen hebben. Dus er kwam al snel een hele cultuur omheen van vermaak, optredens, cabarets en casino’s. Dus dat hoort er eigenlijk wel van oudsher bij.

Daan: Tot eind 19de eeuw was het Kurhaus een groot succes, maar vanaf het begin van de 20ste eeuw gaat het langzaam bergafwaarts.

Geert: Ten eerste verandert het politieke klimaat. 

Bram: De politieke stromingen in Nederland werden steeds behoudender. De zogenaamde Anti-Revolutionaire Partij kwam aan de macht, en ja die ging alles verbieden. 

Geert: In 1911 bijvoorbeeld, wordt de zogenaamde Zedelijkheidswet van kracht. 

Bram: Waarin prostitutie, abortus en gokken aan banden werden gelegd. 

Geert: Een wet ter bestrijding van de zedeloosheid en beteugeling van de speelzucht

Bram: Dus gokken stond ook hoog aan het lijstje van zedendelicten zou je kunnen zeggen.

Daan: Een grote slag voor het Kurhaus want het casino was inmiddels een van de belangrijkste attracties van Scheveningen geworden… En ook een zeer lucratieve. 

Geert: En dan kelderen in 1929 in Amerika de aandelenkoersen plotseling dramatisch. 

News reels
>> 1929, Black Tuesday. The New York Stock Exchange is in a panic.
>> The nation’s economy has plummeted into the Depression.
>> Veel bedrijven konden het niet meer bolwerken, en de arbeiders werden bij tienduizenden ontslagen.
>> Working men spent their days on park benches. The government set up public soup kitchens..

Geert: Voor het Kurhaus wordt wel heel moeilijk om het hoofd boven water te houden…

Daan: Gasten blijven weg. Of hebben veel minder te besteden. 

Bram: Maar je moest toch op de één of andere manier mensen zien te trekken. Dus zodoende startte er een zoektocht naar van ‘wat kunnen we doen?’ 

Daan: Enter Jules Perel en Daniel Strauss. 

Geert: Twee uitgekookte zakenmannen die het wegkwijnende Kurhaus wel uit het slop zouden kunnen trekken.

Bram: Ja Daniel Strauss en Jules Perel die opereerden heel goed in een chaotische werkelijkheid. Maar dat kan alleen als je het leven zelf als een spel kan zien en dan hou je je ook niet zo bezig met de gevolgen ergens van, want het is een spel. Soms win je, soms verlies je.

Daan: Over het verleden van Daniel Strauss doen de wildste verhalen de ronde.

Geert: Zo zou hij vanuit Hamburg met de boot naar Mexico zijn vertrokken…

Bram: Hij zegt zelf dat-ie in paarden heeft gehandeld en dat ie een partij kanarievogels vanuit Mexico naar de VS heeft verscheept, meestal gingen die kanarievogels onderweg dus dood. Hij zou prostituees uit Cuba naar de VS hebben verscheept. Hij zou een bar hebben gehad in Texas, waar-ie illegaal gestookte drank verkocht. Hij zou in wapensmokkel hebben gezeten. Je kan het zo gek niet verzinnen of het kwam voorbij.

Geert: En ergens in de jaren ‘20 maakt Daniel Strauss kennis met Jules Perel

Daan: Jules Perel, die in 1892 geboren werd in Amsterdam, was een echte bladenman

Bram: Wat-ie eigenlijk deed is een blad verzinnen en daar dan advertentieruimte in verkopen. Zo heeft ie bijvoorbeeld het blad Tussen de rails ooit bedacht. Hij heeft het inflight magazine van de KLM bedacht. Elegance komt uit zijn koker, het eerste echte damesblad in Nederland. En zo nog tig andere bladen, zoals bijvoorbeeld Ons leger, dat is, denk ik, een blad van defensie. 

Daan: En al die business legden hem geen windeieren.

Moeder: Ja die hadden altijd personeel in huis, volop. Een echtpaar, die woonden in huis. 

Bram: een echtpaar daar bedoel je mee, personeel?

Daan: Dit is Angenita de Tombe. Zij was getrouwd met de neef van Jules Perel. 

Bram: Ik loop nu door Voorschoten en ik ben op zoek naar een fotowinkel. En dat is hartstikke leuk want ik ga daar een mevrouw ontmoeten die Jules Perel nog gekend heeft. O ja, hier is het… dingdong…

Daan: Bram sprak haar in de fotostudio van haar zoon, die zelf ook Jules Perel heet.

Bram: Jouw zoon heeft ook de naam Jules Perel. En lijken ze nou een beetje op elkaar?

Moeder: Ja, misschien wel. Het is wel een mannetje die aanwezig is ook. He Jules?

Jules: Wie?

Moeder: Jij, haha…

Bram: Welke verhalen gingen er nou rond over Jules Perel? 

Jules: Kijk, de verhalen die tot mij komen, dat zijn wel de verhalen zoals… Jules had een klant. Die betaalde niet. Dus dan ging hij naar dat bedrijf toe en dan had je vroeger al die dames hadden bontjassen. En dan liep ‘ie door die gang en pakte ‘ie al die bontjassen, stapelden ze op, en dan zei ‘ie “Hey, luister ‘s. Je hebt betaald!” en dan liep ‘ie weg. Nou, dat was wel Jules Perel, denk ik. 

Daan: Jules Perel. Creatief zakendoen zit ‘m het bloed.

Geert: Waar en wanneer deze twee illustere heren elkaar precies ontmoeten is niet bekend…

Bram: De heren duiken overal op in allerlei voetnoten van de geschiedenis, maar er zijn een hoop misverstanden rondom en iedereen speculeert er maar op los…

Geert: Wat we in ieder geval zeker weten is dat deze Jules Perel en Daniel Strauss, 

Daan: Deze goocheme cowboys… 

Geert: Of geslepen gentlemen…

Daan: Het is maar hoe je het framed

Geert: dat zij dus samen met een veelbelovend voorstel komen waarmee ze het Kurhaus weer kunnen omtoveren tot unieke trekpleister in Nederland. 

Daan: De heren bedenken een… spel. 

Geert: Een spel ja…En ze vernoemen dat spel naar zichzelf. “STRA” van Strauss. En “PERLO” van Perel. 

Daan: Aan mekaar dus: STRAPERLO.

Bram: Ik zei: ‘hè wat zei je nou?’… “Estraperlo!” 

Bram: Ja, Straperlo is een behendigheidsspel dat eruitziet als roulette, maar geen roulette is.

Geert: Een roulette-achtig spel dus dat niet puur op geluk berustte… 

Bram: een spel waarbij je door oefening en behendigheid toch van de bank zou kunnen winnen. 

Geert: Je moet je een roulettetafel voorstellen waar boven de draaischijf met de nummers, een spiraal bevestigd is, een soort gootje waarover het balletje eerst rolt voordat het in de bak valt. 

Daan: Dus het balletje begint te rollen…

Bram: En gaat eerst helemaal rond, dan maakt hij een S-vorm en vervolgens laat ie het balletje los in de draaiende bak.

Geert: Terwijl het balletje zijn weg aflegt over deze spiraal, mag je als speler inzetten op een nummer. 

Daan: Pure gok zou je zeggen, maar…

Bram: wat verschilde met normale roulette was dat deze bak elektrisch werd aangedreven volgens een vaste snelheid.

Geert: En omdat óók het balletje met een vaste snelheid in het gootje terechtkomt, zou je kunnen voorspellen op welk nummer het balletje valt. 

Bram: Dus je hebt een punt op de spiraal dat hou ik in de gaten, en je zegt: oh ja, daar passeert nummertje 10 en hij valt op 15. Dan moet je dus het getal vijf onthouden…

Daan: Want zo kon je gaan rekenen bij de volgende rondes. Als het balletje de tweede keer bijvoorbeeld het punt passeert bij nummer 7…

Geert: Dan zet je dus in op 12…

Daan: Want 7 plus 5 is 12…

Bram: Dat was het hele eieren eten…

Geert: Mocht je het niet helemaal snappen, geen probleem. Waar het om draait is dat je zou kunnen zeggen dat hier behalve geluk ook behendigheid een rol speelt, en het dus niet puur een gokspel betreft. 

Daan: En dat onderscheid is belangrijk, want gokspelen waren dus verboden onder de Zedelijkheidswet. Maar behendigheidsspelen niet.

Geert: Met dit spel gaan Jules Perel en Daniel Strauss naar de secretaris van het Kurhaus, een man genaamd Adema Zijlstra. 

Daan: En die denkt: ‘Dit kan wel eens de redding zijn van het Kurhaus’.

Geert: Maar voordat deze Adema Zijlstra met de heren in zee gaat, legt hij hun plan voor aan de commissaris van politie. 

Bram: Hij kent de hoofdcommissaris van politie kennelijk goed, het is François van ‘t Zand, een zeer bekend personage, later vertrouweling van Wilhelmina, die voor Wilhelmina regelde dat prins Hendrik schone prostituees kreeg. Over zedelijkheid gesproken…

Daan: Hoofdcommissaris Van ‘t Zand geeft zijn goedkeuring. En Strauss en Perel mogen het spel gaan exploiteren in het Kurhaus. 

Jan: En dit was de eerste plek waar ze het spel speelde 

Geert: Terug naar Jan van Heel, rondleider en wandelend geheugen van het Kurhaus. 

Bram: In deze zaal? Kunnen we daar een kijkje nemen? 

Jan: Daar gaan we nu kijken. We kunnen eventjes lekker lekker op een stoel zitten daar 

Bram: Wat ik zo leuk vindt om hier te zijn. Het is een bijzondere ruimte, hè, daar hangen, nou hoeveel? Vier enorme kroonluchters met kristal. Maar je je kan je moeiteloos voorstellen dat dat dit een casino wordt, hè. Je zet hier wat speeltafels neer en het heeft natuurlijk meteen die grandeur van zo’n casino…

Geert: De conversatiezaal van het Kurhaus wordt omgebouwd tot speelzaal. En ondanks dat de heren hoge verwachtingen hebben, starten ze bescheiden met twee Straperlo-tafels. 

Daan: Op 15 juni 1933 opent het casino haar deuren. 

Bram: Ze doen die deuren open en daar staat gewoon een rij mensen helemaal om de hoek van het Kurhaus, weet je wel. Dus mensen stonden in de rij om naar binnen te gaan, want ze waren echt zeer nieuwsgierig

Jan: Het was vanaf de eerste dag een eclatant succes. Er stonden rijen buiten. 

Daan: En niet alleen die eerste dag loopt het storm…

Bram: Achttien tafels hebben ze op een gegeven moment, 150 croupiers…

Jan: Ze moesten dus echt mensen ronselen uit België…

Geert: Overal in het Kurhaus worden speelruimtes gezocht.

Daan: Er wordt zelfs geopperd om het kantoor van Adema Zijlstra, de secretaris, in te richten als speelzaal.

Bram: Maar dat ging hem toch net iets te ver is. Dat heeft ie zich niet laten gebeuren…

Geert: Er wordt onnoemelijk veel geld verdiend…

Bram: Van ‘s middags tot diep in de nacht wordt er gewoon gespeeld, zonder pauze. Dus daar is ongelooflijke omzet gedraaid.

Jan: In de hoogtij van het Kurhaus was 29.000 gulden per week. 

Bram: Ze hebben echt miljoenen waarschijnlijk verdiend. 

Geert: Mensen verschijnen weer in hun mooiste avondkleding en de champagne vloeit rijkelijk.

Daan: Het Kurhaus is weer helemaal ‘en vogue’. 

Bram: Het is wel heel grappig hoe in korte tijd Nederland helemaal een soort gokverslaafd wordt, echt letterlijk en dan in de crisis, hè. Dat is ook opmerkelijk. 

Geert: Er sprake van een ware Straperlo-hype.

Bram: Het duurt niet lang voordat mensen het door hebben en geld ruiken en dan overal casino’s beginnen.

Daan: Een situatie waarvan je al aanvoelt dat die niet lang kan duren… 

Bram: Dus het wordt in Nederland op een gegeven moment zo groot dat het toch politiek onhoudbaar wordt, de politiek moet zich hierover uitspreken.

Jan: En binnen no time was ‘t helemaal afgelopen. 

Geert: De rechter komt er aan te pas om Straperlo te verbieden.

Bram: En dat deden ze door eigenlijk te gaan gaan bewijzen dat het wel degelijk een hazardspel was, zoals dat in die tijd heette. 

>> Wie zijn ze dan?

Bram: Het openbaar ministerie, dus die wilden dan aantonen van ‘kijk in theorie zou het misschien een behendigheidsspel kunnen zijn, maar in de praktijk draait het gewoon uit op gokken’. 

Daan: In de nacht van 3 op 4 september 1933 doet de politie een inval in het Kurhaus. 

Geert: De spelers mogen hun fiches nog inruilen tegen contanten. Maar de Straperlo-tafels worden afgevoerd. 

Daan: Game over. 

Bram: Ondertussen is er ongelooflijk veel aan de gang in die maatschappij. Er is dus echt wel, armoede en er is een soort strijd van ideologie gaande. Het is ook niet helemaal duidelijk wie gaat er winnen? Gaat communistisch rood winnen of fascistisch zwart? De twee kleuren die we ook bij Straperlo hebben, zwart en rood. We weten nog niet waren waar het balletje van de geschiedenis gaat landen. Dat vind ik heel fascinerend om te zien.

Jan: In wezen is deze tijd precies hetzelfde natuurlijk he? Toch? Er gebeuren nu toch ook allemaal dingen van ‘waar gaat dat heen?’

>>>>

Geert: Je luistert naar de podcast van de Kostgangers. In deze aflevering volgen we samen met Bram Esser het verhaal van twee zakenmannen die hoog inzetten, maar uiteindelijk diep vallen voor de verleiding van vals spel…

Huizinga: Iemand ‘te slim af zijn’ is zelf een spelelement geworden. De valse speler veinst zich aan de regels van het spel te houden en speelt mee, tot hij betrapt wordt.

Daan: Nu Straperlo in Nederland verboden is gaan de heren vol vertrouwen op zoek naar een andere, kansrijke afzetmarkt…

Bram: Het is net als met gokken hè… Dus op een gegeven moment dan heb je zoveel succes behaald, ze waren echt, echt rijk geworden, maar dan denk je van ‘ja, dit houdt nooit meer op’. De mogelijkheidheden zijn onuitputtelijk, we gaan naar Spanje en we gaan hier gewoon…. We gaan heel Spanje veroveren!

Danielle: En waarom in Spanje?

Bram: Nou, je bent in principe op zoek naar een plek waar het gokken verboden is, want dan heb je ineens een uitzonderingspositie en dan kun je dus toch een spel presenteren, wat feitelijk een gokspel is, maar verkocht wordt als een behendigheidsspel.

Daan: Kortom, ze vertrekken eind 1933 naar Spanje…

Bram: Ze huren dan een hele verdieping af in het Hotel Colon in Barcelona aan Plaça Catalunya, super prominente plek. Er worden allerlei vedettes uit de filmwereld uitgenodigd om in dat hotel te logeren. De kamer van Daniel Strauss staat altijd open en daar nodigt-ie dan mensen uit… En dan krijg je een sigaar en cognac, en ze weten vrij snel veel reuring te veroorzaken. En hij zoekt contact met Joakim Gaza, een bekende promotor van het boksen.

Daan: Ze vragen deze Joakim Gaza of hij een bokswedstrijd kan organiseren tussen de Europees kampioen Paolino Uzcudun en de voormalig wereldkampioen Max Schmeling. 

Geert: De bokspromotor twijfelt of hij de beroemde Max Schmeling naar Barcelona kan krijgen…

Bram: ‘Geen probleem’, zegt Daniel Strauss. ‘Ik ben een goeie vriend van Max Schmeling, dus dat kan ik regelen’. 

Geert: De heren zetten zo in een paar weken een heel boksgala op touw. 

Bram: Het hele stadion van Montjuic staat vol met mensen, duizenden mensen, die weten zij op de been te krijgen!

Geert: En zo spelen ze zichzelf in the picture van de Spaanse pers.

Bram: De heren zijn een aantal maanden lang dus echt voortdurend in de kranten. Vooral de heer Strauss, die weet zichzelf wel te presenteren als een flamboyante playboy die zich dus voortdurend laat fotograferen met actrices, en zich met beroemde figuren omringt.

Geert: Een bewuste tactiek van de heren… want

Bram: ja, celebrities trekt ook weer macht en politiek aan. En zo kan je het balletje aan het rollen krijgen, om deze metafoor maar eens te gebruiken.

Geert: Uiteindelijk zal de bokswedstrijd voor het publiek uitlopen op een anti-climax, want de wedstrijd blijft onbeslist. 

Daan: Maar voor Perel en Strauss is dat geen enkel probleem. Als een journalist aan Strauss vraagt of de bokswedstrijd voor hem geen grote teleurstelling was, antwoordt hij: 

Bram: Absoluut niet! Strauss stopt die man een sigaar toe. Hij zegt van ‘nee, het is zo: soms win je, soms verlies je’. Ik vind dat toch wel grappig om te zien dat zij zelf natuurlijk een spel hebben, maar ook wel in het leven staan alsof het een spel is.

Geert: Jules Perel en Daniel Strauss komen in Spanje aan op een moment dat de geldende spelregels van de democratie vervagen. 

Daan: Want in 1934, is de politieke situatie behoorlijk gespannen.    

Hub: Dat wordt in Spanje gezien als het zwarte tijdperk. El Bienio Negro heet dat. 

Geert: Dit is weer Hub Hermans, de emeritus hoogleraar.

Hub: Alles werd anders. Alles werd radicaal anders.

Daan: Ene Alejandro Lerroux van de Radicale Partij is dan regeringsleider. 

Hub: en die heeft er letterlijk een potje van gemaakt…Dat was een enorm redenaar, die ook begon als een soort volksmenner en ook veel arbeiders met zich meekreeg.

Daan: Het politieke veld in Spanje is op dat moment extreem gepolariseerd – tussen links en rechts. En binnen die kampen ook nog eens sterk gefragmenteerd.  

Bram: Dus het was een hele onoverzichtelijke bende…

Geert: Aan de rechterzijde heb je de nationalisten, de monarchisten en de fascisten. Die verlangen terug naar het Spanje van weleer.

Hub: Het grote Spanje, het katholieke Spanje, het Spanje van de Gouden Eeuw, het militaire Spanje, de expansie…

Geert: En aan de linkerkant heb je een bonte verzameling linkse partijen. Van socialisten tot anarchisten, van communisten tot liberale radicalen.

Daan: Zij willen dingen als: de scheiding van kerk en staat, afschaffing van het grootgrondbezit… 

Geert: Een eerlijke verdeling van de welvaart, zeg maar…

Hub: En er was ook veel misbruik van macht. En de kerk had ook heel veel grond. Dus die haat zal heel erg diep.

Daan: En eigenlijk zat die haat in beide kampen diep…

Hub: Dus dit ging om een andere toekomstvisie van hoe de maatschappij kon zijn.

Daan: Maar de polarisatie leidt niet alleen tot een verhitte woordenstrijd die past bij een politiek spel. De sfeer wordt grimmig >> protesten lopen uit de hand >> stakingen en demonstraties monden uit in gewelddadige confrontaties >> Burgers bewapenen zich en er worden zelfs aanslagen gepleegd op politici. 

Geert: En dat is de explosieve situatie waar Jules Perel en Daniel Strauss in verkeren. 

Bram: Op een gegeven moment is Perel naar huis gegaan, die is teruggefloten door zijn vrouw. En Strauss blijft. Die kon niet meer stoppen met gokken, met alle politieke gevolgen van dien. Achteraf…

Geert: Tijdens hun verblijf in Spanje hebben de heren zoveel contacten gelegd met invloedrijke personen dat het nu tijd wordt voor Strauss om daar de vruchten van te plukken.

Bram: En op een gegeven moment krijgt-ie het dus voor mekaar om in San Sebastian het casino te openen.

Daan: Een casino waar hij Straperlo introduceert bij de Spanjaarden. 

Bram: De opening van het casino in 1934 dat was groots opgezet. Dat was ook met een ballet en met een orkest, en dat was vrij spectaculair. 

Daan: En om dat allemaal voor elkaar te krijgen, schuift hij met enorme bedragen…

Bram: Een aantal politici die hebben dus gewoon geld gekregen van Strauss. Dat is duidelijk…

Geert: Even terug, want je zegt: daar gaf-ie politici geld, maar dat klinkt toch gewoon als omkoping… 

Bram: Ja, klinkklare omkoping…

Daan: In Spanje was het inderdaad niet ongewoon dat politici smeergeld verwachtten wanneer je iets gedaan wilde krijgen. 

Geert: Belangenverstrengeling was aan de orde van de dag…

Daan: En Daniel Strauss gaat er in mee…

Geert: Envelopje met peseta’s hier, envelopje daar. Ook intimi van regeringsleider Lerroux krijgen steekpenningen.  

Daan: Strauss stopt bovendien veel geld in het opkalefateren van het casino. Maar dan kan de show echt beginnen…

Bram: Alleen het opende ‘s middags om vijf uur, geloof ik, en om elf uur ‘s avonds kwam de politie met getrokken pistolen naar binnen en werd het casino gesloten. 

Daan: Misschien had Strauss uiteindelijk toch niet genoeg invloedrijke personen omgekocht…

Geert: Hoe dan ook, voor Strauss betekent het Straperlo-avontuur een financieel debacle. En ook hij keert terug naar Nederland. 

Daan: Maar in Spanje is het spel nog niet uit. 

Geert: Straperlo wordt daar inzet van een lastercampagne die een onomkeerbare keten van actie en reactie in gang zet.

Daan: Terug in Amsterdam neemt Daniel Strauss zijn intrek in het luxueuze Carlton hotel.

Bram: En daar krijgt-ie op een gegeven moment al bezoek van Manuel Azaña. En Manuel Azaña is de leider van links. 

Daan: Azana is de linkse tegenpool van Lerroux. En hij vermoedt dat er een luchtje zit aan de gang van zaken rond het Straperlo-spel

Bram: [En] die gaat naar Amsterdam en die zegt: “Hoe zat dat nou precies?”

Geert: En Strauss somt alle bedragen op die hij geïnvesteerd heeft in het casino van San Sebastian. En alle steekpenningen die hij heeft betaald aan politici en andere machtige figuren…

Bram: En Manuel Azaña vindt het buitengewoon interessant. Die zegt: “Nou schrijf dat allemaal nou eens op. 

Geert: Deze gevoelige informatie lekt Azaña vervolgens naar de pers. 

Bram: En dan barst er een bom! Dan wordt bekend: wie allemaal geprofiteerd hebben. Wie welke toezeggingen heeft gedaan, en ja die hele club aan mensen die Strauss om zich heen had, worden op dat moment aangeduid als Las estraperlistas.

Daan: Daar wordt het verband gelegd tussen Straperlo en Omkoping. Corruptie, Illegale handel.  

Hub: Zodra je ergens komt en je denkt van ‘oh, dit is niet pluis wat hier gebeurt’, dan valt de term Estraperlo al gauw. 

Geert: De omkopingspraktijken liggen op straat. En het linkse kamp meet het schandaal breed uit. 

Daan: De politieke spanningen zijn niet te houden rond wat de geschiedenisboeken in zal gaan als de ‘Straperlo-affaire’.

Geert: Lerroux treedt af.

Hub: En er kwamen toen nieuwe verkiezingen en die partij ging toen van 99 zetels naar een handvol nog. 

Daan: De linkse opponenten winnen de meerderheid van de zetels. En Manuel Azana wordt de nieuwe minister-president. Hij lijkt er dus flink van te profiteren dat ’ie de corruptie naar buiten heeft gebracht. 

Bram: Hij speelt een ander soort spel dan puur politiek. Dus hij is niet bezig Aurelio Lerroux op zijn politieke ideeën aan te vallen, maar hij zegt: “Nee, er is iets ergers aan de hand met deze politicus. Het zijn niet zijn ideeën, zijn politieke visies, daar gaat het niet zozeer om… Daaronder, daar is het rot. Alles wat uit deze man voortkomt is eigenlijk rot, omdat-ie gewoon corrupt is”. Hij slaat hem dus eigenlijk om de oren met vuil wat ‘ie heeft opgehaald door met Daniel Strauss te gaan praten. 

Nou ja, dat is een interessant puntje: Is ‘ie hier nou aan het vals spelen? Of handelt ‘ie vanuit een moreel kader? Misschien is het wel allebei zo. Maar het gaat er wel heel erg om stijl, om de manier waarop je iemand ten val brengt. 

Geert: En het is een tikkeltje naïef, want wie de bal kaatst…

Bram: Het is toch een beetje alsof je de ander bestrijdt door dat huis van de ander in de fik te steken zonder dat je beseft dat jouw huis daaraan vastzit. Het is nog een linke strategie geweest, want ze krijgen het net zo hard weer terug.

Geert: …rechts weet het schandaal namelijk een eigen draai te geven.  

Daan: Daniel Strauss en Jules Perel, zeggen ze, hebben de steekpenningen aangeboden vanuit een vooropgezet plan. De rechtse politici zouden dus in feite het slachtoffers zijn van een sluwe, linkse bende

Bram: Met andere woorden: ja, dit is een complot! Ze zijn op ons afgestuurd om ons in diskrediet te brengen. Daniel Strauss maakt deel uit van een Joods, marxistisch vrijmetselaars complot. Hele populaire theorie in die tijd waarin Joden, communisten en vrijmetselaars samen optrokken om Spanje over te nemen. En van het katholicisme te ontdoen…

Daan: Spanje raakt verstrikt in een neerwaartse spiraal van verdachtmaking en alternatieve feiten.

Geert: Een situatie die eigenlijk alleen maar verder kan escaleren. 

Bram: Die stress, die wederzijdse strijd, die zwartmakerij over en weer, in de kranten vooral. Dus je had echt rechtse kranten en linkse kranten, waarin de ene en de andere partij compleet voor gek werd verklaard van ‘daar kun je niet mee werken. Die moeten uit de weg geruimd worden’.

Hub: De manier waarop mensen echt vuil naar elkaar gooien, en dingen gaan zoeken in elkaars leven, en dat echt en onecht niet meer van elkaar te scheiden valt. Dat is heel erg onaangenaam

Daan: Kranten verspreiden opzettelijk valse geruchten die vervolgens weer tot vergeldingsacties leiden…

Geert: En daarover verschijnen dan weer verbolgen artikelen die nog meer olie op het vuur gooien.

Bram: Echt bijna oorlogstaal in die kranten… En op een gegeven moment is het dus ook oorlog.

Geert: Want in juli 1936 grijpt de fascistische generaal Francisco Franco in. 

Hub: Een groep generaals onder leiding van Franco is toen tegen het linkse bewind in opstand gekomen.

Daan: Franco ziet in de Straperlo-affaire en de politieke chaos een welkome aanleiding om de macht te grijpen

Bram: En dan trekt ‘ie vanuit Marokko het water over en dan valt ‘ie zijn eigen land aan.

Geert: Franco breekt bruut de parlementaire democratie in Spanje. Een van oorsprong edel spel met scheiding der machten, meerdere partijen, volksvertegenwoordigers en eerlijke verkiezingen.

Daan: Franco begint zijn eigen spel, met spelregels die hem dienen, propaganda, een militaire staatsgreep en alleenheerschappij… 

Bram: Het wordt dus een dictatuur… 

Daan: Een staatsvorm waarin het edele spel-element volgens Johan Huizinga volledig is verdwenen. 

Geert: Huizinga schrijft zijn boek Homo Ludens – de spelende mens – in de jaren ‘30 als reactie op de opkomst van de nazi-partij. 

Bram: Hij zegt: ‘Wat ik hier zie gebeuren, bij de nazi-partij dat is een soort adolescent geschreeuw’. En ja, die jongensachtigheid daar heeft-ie dan een Latijns begrip voor, dat “puerilisme”. En hij zegt ‘Die nazipartij, het spelement is daar niet meer relevant, maar daar is de relevantie van de jongensclub. Daar zit een soort verbeten, politieke agenda achter en die is ook niet eens transparant. Er is geen humor meer. Het ludieke is eraf.

>> Baudet: Wij gaan een nieuwe generatie opleiden. En we gaan de huidige leiders vervangen en verslaan

Huizinga: Een aantal eigenschappen die men het best onder den term puerilisme kan begrijpen

>> Trump: it’s a whole hoax

zijn het ontbreken van gevoel voor humor, 

>> Trump: and you know who is playing the hoax? 

Zijn de verregaande onverdraagzaamheid tegenover niet-groepsgenoten, 

>> Trump: people like you

de mateloze overdrijving in lof en blaam, 

>> Trump: and it’s fake

de zucht tot grove sensatie

Huizinga: de ontvankelijkheid voor elke illusie die eigenliefde vleit, de lust aan massavertoon. Met zichtbare onderscheidingstekenen, formele handgebaren, yell’s, kreten, optrekken in marspas. 

>> Baudet: we zijn naar het front geroepen
>> Trump: first of all I’m not losing

Bram: Ja, ik zie dus die humor ook in de huidige maatschappij verdwijnen, zoals er op Twitter en op internet op elkaar ingehakt wordt, en mensen elkaar proberen te pakken. Letterlijk hè, dus door zinnetjes uit contexten weg te halen en de ander zwart te maken. En de ander ook met name tot een bepaald kamp te bestempelen: ‘Oh, jij bent dit, jij bent dat’, en: Oh nee, maar wat jij nu doet is racistisch. Die hele cancel cultur die je hebt. Het is allemaal volslagen humorloos.

>> Trump: Your organization is terrible, let’s go

Bram: En dat is gewoon een gevaarlijke situatie. Die partijen niet meer met mekaar praten. 

>> Trump: No, not you

Bram: Je trekt gewoon een knoop in dat bestel, in die democratie, die niet meer te ontwarren is, je komt er dus niet meer samen uit. Nou, dat is een blauwdruk voor geweld.   

Huizinga: De noodzaak om te winnen beheerst de strijdenden zo sterk, 

>> Trump: I didn’t lose. 

Huizinga: dat de menselijke boosheid telkens weer vrij spel krijgt, 

>> Trump: I think it’s a disgrace 

Huizinga: en zich alles veroorlooft, wat het vernuft uitdenken kan.

>> Trump: Frankly… we did win this election

Bram: De vraag is natuurlijk of dat gesprek nog op gang kan komen, en of je nog terug kan. Ja, zoals Strauss zegt: ‘soms win je, soms verlies je’. Eigenlijk zouden we van hem ook wel weer kunnen leren, hè, dat we het leven als spel opvatten. Hij zet ook groot in. En hij verliest. Op naar het volgende avontuur. 

>>>>>

Geert: Je luisterde naar een verhaal van Bram Esser en De Kostgangers. Kijk voor meer informatie op: bramesser.nl. Voor eerdere afleveringen van ons, ga naar kostgangers.nl of luister via de gangbare podcast-apps. 

Daan: Waardeer je onze verhalen, laat een review achter, dan weten ook andere luisteraars ons sneller te vinden, moet je er dan bij zeggen, maar eerlijk gezegd, vinden we het gewoon leuk om te horen wat jullie ervan vinden. 

Adios, tot de volgende

Huizinga: Het meest essentiële kenmerk van echt spel is dat het op een gegeven ogenblik uit is. De toeschouwers gaan naar huis, de spelers doen hun masker af, de voorstelling is afgelopen.