>> 00:00:00 Met de deur in huis. Deze klank sterft helemaal uit. En dan hoor je langzaam Jean-Guihen. Op zijn cello die hoge Cis spelen. Hier wordt ‘ie overgenomen door de Kemenche, uit Turkije. En dan komt hier de Chinese erhu. En dan de Indiase sarangi. Daar komt Jean-Guihen weer terug. Dus het is een soort van hele subtiele verkenning. Dat als je er heel goed naar luistert dan zet dat eigenlijk de toon voor het hele stuk.

Geert: Welkom bij de podcast van De Kostgangers. Mijn naam is Geert van de Wetering

Danielle: En ik ben Danielle Emans

Geert: Onlangs werd de Nederlandse componist Joël Bons met de prestigieuze Grawemeyer Award onderscheiden, ook wel beschouwd als de Nobelprijs voor de muziek.

Danielle: Bons kreeg de prijs voor Nomaden. Een compositie die hij speciaal schreef met een bijzondere interculturele ontmoeting voor ogen. Namelijk die tussen de wereldberoemde, Franse cellist: Jean-Guihen Queras, en het Atlas Ensemble.

Geert: Een orkest dat vooral bestaat uit niet-westerse musici. Zij bespelen hun eigen, traditionele instrumenten zoals de Chinese erhu, de Armeense duduk, de Japanse sho en de Turkse kemence.

00:00:58 Iemand schreef ooit in de krant in een recensie van “ja allemaal goed en wel een leuk Atlas Ensemble, kleurenpracht maar het meesterwerk is nog niet geschreven”. Toen dacht ik “Verdomme! Hij heeft gelijk maar het moet wel mogelijk zijn”.

Daan: De ontmoeting tussen de verschillende muziekculturen levert uiteraard spanning op. De musici zijn immers allemaal geschoold in hun eigen traditie, met een eigen begrip van klank, ritme en tijd.

Maar Joel Bons daagt de musici en hun instrumenten op zo’n verrassende manier uit dat er daadwerkelijk, ongehoord nieuwe klanken ontstaan. En er – in zijn woorden – ineens een modelgemeenschapje is gevormd, waarin werkelijke interculturele samenwerking plaatsvindt.

>> 00:01:14 Het begin weer. Aarzeling en dan gaat ‘ie door naar een hogere noot. Weer aarzeling stop. Nog een hogere noot. En dan gaat ie verder. De hoogste noot. Pauze. En dan gaat ie naar beneden. En dan weer 4 nootjes. En de toon waar ‘ie mee begon.

00:01:53 Nomaden is ontstaan als opdracht van de cello biënnale. Schrijf een groot stuk voor Jean-Guihen en Atlas ensemble. Hoe pak je dat aan? Een stuk van een uur? Voor die man die zo geweldig speelt op die cello. En al die musici die hij niet kent. Spannend. Dus ik stelde mij voor dat dat geweldig zou kunnen zijn, al die mensen die ik zo goed ken.

VO: Na flink wat gepieker en gepeins beleeft Joel Bons zijn eureka-moment. Dat uur moet niet bestaan uit één lang stuk, maar uit een heleboel verschillende deeltjes. En elk deeltje moet een ontmoeting zijn tussen de wereldberoemde cellist, en een lid van het Atlas Ensemble. Een mozaïek van bijzondere, interculturele ontmoetingen…

Dus ik stelde mij voor dat dat geweldig zou kunnen zijn, als ie die zou ontmoeten dan zou er dat kunnen ontstaan. Als ‘ie die zou ontmoeten dan zou er dat kunnen. En zo heb ik eigenlijk in dit stuk alles wat ik kon bedenken aan combinaties proberen uit te buiten.

00:02:30 En dan moet je wel zorgen dat elk liedje een hitje zou kunnen zijn, bij wijze van spreken of of iets heeft. Of of, weet je wel dat het 2, 3 minuten en er gebeurt iets speciaals in. Dus er zitten ook voor mijn gevoel een paar kleine hitjes in, zal nooit een hit worden maar toch. Maar. Zo bestaat het dus uit allemaal vignetten zou je kunnen zeggen. Allemaal kleine vingerafdrukjes van verschillende soorten muziek.

>> 00:02:56 Dus ik wou in dit stuk ook gebruik maken van zijn ongelooflijke virtuositeit. Dit is een beetje een jazzy-achtig stuk, ik had dat ene motiefje dat de hele tijd herhaald wordt. En hier komt de erhu erbij. […] Dus zij zitten opeens samen met hem, is de eerste interculturele echt duo-achtige ontmoeting. En ik vond het ook een soort gein voor mijzelf dat hij dus heel… en dat zij opeens. En dat hij merkt van “jezus wat een goeie speler is dat!”. Want zij kan dat dus gewoon terwijl het helemaal niet erhu-muziek is, maar ze zit gewoon de pan uit te swingen.
>> 00:04:43 En dan met de tweede Chinese instrument is dus de Sjeng. Stort ‘ie naar beneden. Komt opeens slagwerk erin.

De erhu is een heel erg mooi Chinees instrument, erhu betekent 2 snaar, zijn dus maar 2 snaartjes. D en A. Ontzettend simpel lijkt het, de snaren hangen in de lucht zou je kunnen zeggen, het is een knievedel. omdat het een heel klein – hoe heet zoiets – klankkast? Waar een huid van de python is over gespannen, waardoor je een hele nasale doordringende klank krijgt dat moet absoluut de python zijn. En het haar van de strijkstok zit tussen die 2 snaren geklemd. En ik dacht ik wil iets maken wat niet onmiddellijk Chinees klinkt. Want zodra je [teeee] hoort dan zit je eigenlijk al in China met dat instrument, met die klank dan, niet met mijn stem. Maar iets anders wat toch heel erhu-achtig is. Dus ik ben gaan nadenken over hoe die vingers nootjes kunnen produceren die ik dan bedenk [taratarataataa].

>> En toen zei ik van “Is het…? Ja, het is very erhu, but it’s an erhu I don’t know!”. Dat vond ik dus super want, dat precies de opzet. Dat het niet een erhu is die al bestaat, maar dat ik toch iets toe kan voegen en toch een cadeautje kan geven van ‘dit is mijn bijdrage’. En dat is wat het hele project altijd is bedoeld. Dat je zo samenwerkt dat een componist die geeft cadeau – presents voor elke musicus. Maar ook iets wat ze leuk vinden en wat zij uitdagend vinden om te doen en wat ze een stapje verder brengt misschien in het beste geval. Dus dat ze iets ontdekken van “Hé dit kan ik ook met mijn instrument. En het speelt lekker of het is moeilijk, maar wel leuk”. Dus dat was wel echt m’n doel van het begin af aan dat het, dat het zo’n soort stuk zou worden waarin al die verschillende mensen. Allemaal zo’n soort gevoel zouden kunnen hebben. Ieder met zijn eigen kwaliteiten maar ook met zijn eigen beperkingen of ze eigen…. nou ja het instrument en de dingen die wel en niet konden.

>> 00:07:19 Het is ontzettend boeiend om te zien hoe die benaderingen van hetzelfde fenomeen ‘muziek’. In al die culturen en dat werpt dus ook een licht op je eigen cultuur. Opeens denk je ‘oh verdomd wij delen dus altijd alles heel strak in’. Bijvoorbeeld, neem nou ritme. Eigenlijk zijn we ritmisch behoorlijk debiel in het westen, alles is tweekwarts, driekwart of vierkwarts, alles is door tweeen of drieen te delen. Terwijl je hebt zoveel verfijningen en zoveel ritmische mogelijkheden en je kan ook de tijd stilzetten. Of uitrekken. Denk aan de Japanse muziek of… tijdsbeleving is een heel rekbaar begrip. En niet alleen maar keurig netjes in de maat. Hè van ‘1, 2, 3 4… en [rumtum] en wel in de maat spelen’. Maar als je luistert naar Chinees of Japans of noem maar op muziek, dan is het [tiiii]. Weet ik veel, ik zeg maar wat maar je kan zoveel nog meer doen?
00:08:19 Moet opeens denken aan mijn vader die dus grafisch ontwerper was. En die – zo ben ik ook groot geworden – die had eigenlijk een hekel aan sommige ontwerpers die heel prachtig strak steriel alles maakte. En wat deed hij? Hij scheurde vaak met papiertjes. Waardoor een lijn niet geknipt of recht gesneden was, maar een beetje rafelig zodat ‘kijk dan zit er leven in’. Dus als je dan die ontwerpen ook ziet met kleuren en… Dat leeft nog steeds. Dat is nog steeds fris omdat het die rafelrandjes heeft.

>> 00:08:59 Na dat snelle jazzy stuk, krijg je een duet tussen de cellist Jean-Guihen en de Chinese fantastische speler Huwei, die het mondorgel sheng speelt. Dat is stokoud instrument. Eigenlijk echt een orgeltje, maar dan door de mond geblazen, dus veel subtieler dan ons grote orgel. En het leek mij erg leuk om hen met elkaar te laten duelleren. En dat is dit duel geworden, waarin ze elkaar toe blaffen.
00:09:42 Als je al die instrumenten bij mekaar verzint dan is dat natuurlijk een hartstikke leuke droom. Maar als je het gaat doen dan kom je opeens, word je geconfronteerd met hele verschillende manieren van muziek maken. Een mooi voorbeeld was bijvoorbeeld dat we in een residence periode hier. De tijd hadden om elkaars praktijken te leren kennen. Dus in het ene zaaltje had je Ed Spanjaard de dirigent die met de mensen die nooit met een dirigent werken, aan de gang ging. Fantastische musici die geweldig improviseren, maar niet zo goed weten wat een dirigent staat te doen. Want als die ‘boem’ z’n hand op tilt dan beginnen ze al te spelen, terwijl het pas moet als ‘ie beneden is. Dus die [werd daar nie goed van…] Nee pas hier moet je spelen. En elke keer “ping, donj’. Nee!”. Nou. En dus hij zei ‘Look at me!’. En in de zaal daarnaast zaten de musici van onze westerse club met een Palestijnse fantastische musicus. Die hen probeerde de modale muziek uit het midden oosten te leren, op het gehoor. Zonder noten. Dus hij speelde iets voor en dan probeerden ze het na te spelen en dan zei ‘ie ‘no, no, listen’. En elke keer wees ‘ie weer op z’n oor. ‘Listen’. Dus in de ene zaal ‘look’ en andere zaal ‘listen’, oh, dat is het culturele verschil dus. Dus we moesten ontzettend onze oren verfijnen om ‘nee die toon is net ietsje hoger, je pakt ‘m verkeerd’. Dus dan bleek dat een simpel melodietje – quasi simpel – was nog helemaal niet zo eenvoudig voor onze topspelers.
00:11:13 En als je het hebt over ‘niet-westers’. Dat slaat ook nergens op, dat is alleen maar vanuit een westers perspectief. En zo wordt het nog steeds genoemd. Terwijl er was een een Indiase man die refereerde aan mozart als ‘non-Indian’. Als een soort van middelvinger naar het westen. Erg goed.

>> 00:12:05 Dit is Azertet. Azertet, dat heet zo omdat het Azerbeidzjan, en dan ‘tet’ is van sextet, octet, kwartet dus Azertet kortom. Dat is geschreven voor de 2 Azerbeidzjaanse musici die geweldig zijn. [elshing en elshang]. De tar en de kamancha-speler. Daar tar is een luit een tokkelinstrument, met een hele lange hals en [lalala]-geluid. En de kamancha is een knievedel. Super subtiel en fraai, en deze speler kan ook de gekste geluiden maken. En zijn allebei zeer avontuurlijk. Maar wel heel erg geworteld in de azerbeidzjaanse kunst- en volksmuziek. Ze beginnen met z’n tweetjes en Jean-Guihen die begeleid ze eigenlijk [pumpoem] en zij spelen melodietje wat ze makkelijk tot zich konden nemen [tiemtieriemtom]. Een beetje koddig en ook niet te ingewikkeld maar daarna ontspoort het al snel [tintenpompji]. Struikelt het en zo gaat het door en wordt het langzamerhand meer ‘Bonzig’. En als ze dat hebben gespeeld neemt Jean-Guihen het over. En even later gaat hij met de westerlingen aan de haal want dan gaan ze ingewikkelde muziek spelen die de azeri die niet zo goed kunnen lezen. Maar die ze wel zo leuk vinden.

>> 00:13:53 Het pietert uit. De tar blijft over. Langzaam komt nu z’n vriend de kamancha, erbij. Hier breekt mijn hart. Hier doet hij precies wat ik hoopte dat die zou doen, prachtig spelen. Opeens krijgt het diepgang, je hebt een vrolijk lollig, raar, koddig stukje. En opeens krijg je dit.
00:14:46 Hier gaat iedereen uit z’n dak. Basklarinet. Piccolo erbij. En dan loopt dat op een gegeven moment, aan het eind als een soort ballonnetje [blbublu] waar de lucht uitgaat.

00:15:29 Een van de grote dingen, belangrijke dingen die ik me ben gaan realiseren is dat je het alleen maar kan doen met enorm respect en met wederzijds leren, zoals het zo chic heet. Dat je echt geïnteresseerd bent in andermans cultuur en dat je wil begrijpen wat ie doet en daar van denkt ‘wow, dat is…’. Je ziet dan de kwaliteit en ook de tekortkomingen van je eigen cultuur. Dus het basisthema is respect. En als dat dan werkt dan heb je opeens zonder dat dat nou de opzet was, een modelgemeenschapje gevormd. Waarin werkelijke interculturele samenwerking van gelijkgestemden en gelijkwaardige mensen zijn, is geworden. Hoe zeg je dat? Zoiets.

00:16:25 Cello met koebellen, en hier komt Kia Tabasian, die dus de setar speelt. Dus dat is de setar, met andere instrumenten. Dit is de kamancha doet nu mee. Hier is het al vierkwarts geworden en zit er al groove in. Klarinet. Dus Jean-Guihen is nu de bas, die eigenlijk leidend is. Hier soleert ‘ie, een soort jazzy-gedoe weer. Heel veel slagwerk met cello. Hier de blazers weer. Dit lijkt in de verte op Louis andriessen zou je kunnen zeggen ‘our culture’. Dit is allemaal alleen maar cello met 2 slagwerkers. Koebellen. Soort swingend, hectisch, funky gedoe. Dus dit zijn – zou je kunnen zeggen – nieuwe muzieknoten, maar met een funky ritme. Steeldrums vind ik zelf erg leuk. wat doet dat daar nou? En deze combinatie, vind ik zelf tamelijk geslaagd. En Jean-Guihen gaat door, maar wordt nu vergezeld door de setar, die stil was. En die gaat nu ook opeens gek improviseren.

00:19:57 Effe kijken hoor, wat ik nou ga pakken. Wat is dit in godsnaam allemaal? Ben ik nou gek geworden?

VO: Joel Bons is op zoek in de platencollectie die vroeger bij zijn ouders in de kast stond. Z’n ouders reisden de hele wereld over en namen altijd platen mee. De verschillende klanken en ritmes fascineerde hem als kind enorm.

Kijk hier heb ik me helemaal suf op gedanst als jongetje, Albert Evans en Pete Johnson, boogie woogie. Doet dit iets?
>> 00:20:51 Boogie woogie dus. En wat hebben we hier nog meer? Kijken hoor. Dit bijvoorbeeld, heel oud plaatje, 1946. Pygmeeën, dat zijn dus stammen in Afrika. En die zingen op een hele speciale jodel manier met overslaande stemmen en vaak met hele ingewikkelde stemmen door mekaar dat je echt denkt ‘wat is dit?’. Heel ingenieus.
>> 00:21:23 Als ik nu weer zie die oude platen, dan denk ik “Waar hadden ze dat allemaal vandaan? Hoe wisten ze dat?” Dingen die ik nu zie met ook allemaal teksten in die uitleg. En een man Alan Daniel … dat is dus een beroemdheid en zij hadden dat al in de jaren 60, 70 hadden ze platen van de UNESCO en noem maar op. Ik weet niet hoe ze er bij kwamen? Ze waren gewoon, nou dat weet ik wel. Ze waren in de oorlog en na de oorlog al zo breed georiënteerd, en geïnteresseerd en reisden naar Parijs en kende allerlei kunstenaars en hadden een hele…. Ja hele brede belangstelling. En mijn vader die was ook, was heel bijzonder, toen mijn moeder zwanger was van mij in 1952, zat hij in Mexico met Gerrit rietveld. Want die had hem meegevraagd om daar een wandschildering te maken. Dus hij zat daar maanden, was hij daar aan het werk. En kwam terug met een koffer vol met mariachi platen bijvoorbeeld.
>> 00:22:26 Mariachi dus. En hier heb je nog zo’n plaat, die man die legt een geweldig uit ‘here in Uganda, where you see this guitar playing, and the bellophones…’ bla bla bla. Het wordt allemaal geweldig uitgelegd en heeft ie allemaal voorbeelden van ‘the most exentric music’ en ja zeer inspirerend.
>> 00:22:45 […]
00:23:20 Dit is echt heel fantastisch. Hier staat op Gwabi Gwabi, een Zulu-liedje, wat ik later als lullaby voor mijn kinderen heb gezongen om ze in slaap te zingen. En dan zingt ‘ie dus [gwabi, gwabi, banana]. Weet ik veel wat ‘ie zegt, maar het klinkt zo mooi, dus ik imiteerde dat helemaal. Het leuke ook weer hier, hij speelt dus gitaar maar hij speelt op een heel ongebruikelijke manier. Helemaal niet op de westerse manier, want ze kregen gewoon een gitaar en wisten zij veel hoe dat ding gestemd was. Dus hij heeft een hele eigen techniek. Intercultureel dus.
>> 00:23:50 [gwabi gwabi]
00:24:30 Ik heb altijd gedacht bijvoorbeeld dat ik gitaar ben gaan spelen door de beatles. Maar dat is helemaal niet zo, want dat is namelijk door die ouwe plaatjes die wij hadden. En nu weet ik van ‘oh daar was de oorsprong’.

>> 00:24:49 Die eerste ervaringen die zijn, ja die zijn omdat ze eerste ervaringen zijn, enorme pieken. Die je ook je leven lang niet meer vergeet die zijn zo intens. Dus als je dan iets maakt dan, dan is dat echt de ontdekking van het moment.

00:25:14 Een grote stop. Wat nu? Ik heb daar heel lang over zitten nadenken en toen had ik wel een soort van crisis van ‘hoe moet dit nu?’. Dus toen heb ik gedacht opeens aan die oude langspeelplaten die hadden namelijk een a en een b kant, dus na de helft moest je ‘m omkeren en dan bleef je zo [gwuk] hangen. Dan moest je naar de pick up lopen en dan begon dus het eerste nummer van de tweede kant, wat dan weer ook een nieuw begin was. Dus dat gevoel heb ik eigenlijk in gecomponeerd. Dat je een soort van quasi eind hebt.

VO: En dus ook een quasi nieuw begin. Een begin waarin de cellist, Jean Guihen Queras het voortouw neemt. Joel Bons laat hem weer de dialoog opzoeken met de andere musici.

>> En dan was m’n voorstelling dat ‘ie als een soort klein jongetje, dat in een bos, uit zijn holletje kruipt. En dat is heel vroeg ‘s ochtends en d’r is dauw en stil en geheimzinnig. En zo’n soort sfeer. En dat je onbevangen op stap gaat. Dus wat doet ‘ie met nieuwsgierigheid en grote ogen [tutdudu]. Kijkt om zich heen. [tududom]. En vervolgens begint ie te wandelen. En ik wou dan dat die vergezeld raakte op den duur van onze geweldige altist en klarinetiste. En het is heel tonaal, heel klassiek, klinkt het bijna. Maar het is nep klassiek dus, niet neo- klassiek, maar nep klassiek. Want het gaat steeds, eigenlijk mislukt het steeds. En dan gaan ze weer in een andere toonsoort verder. En zo riedelen ze dus door allemaal rare toon- soorten heen. En ontspoort het ook ergens met een grote [bluuublu]. En dan begint ‘ie weer overnieuw [tadatadududm]. En tot ze uiteindelijk het pad vinden. En dan zitten ze in C groot.

Ik ben opgegroeid met het idee dat inspiratie is maar onzin, alles moet objectief, weet je wel. Hele modernistische gedachte. Het woord inspiratie was een vies woord. En dat sloeg nergens op, dat is romantiek. En in Duitsland had ik gestudeerd en daar was alles ‘tief’ en alles was ‘adorno’ en ‘ja aber’ en dan moest je weer vreselijk hard nadenken. En ik had daar eigenlijk zo genoeg van, maar tegelijkertijd dacht ik ‘ja, maar wat moet je dan nu nog toevoegen? Het is ook heel moeilijk en alles was dus problematisch. En hierbij dacht ik ‘what the fuck’, ik bedoel ik wil gewoon een stuk schrijven waar ze lol aan hebben. Ik wil dat die mensen elkaar ontmoeten. Het kan me nu niks meer schelen dus. Het was een heel fijn compliment dat iemand ook zei, wat ik hoor is vrijheid. En dat woord vrijheid dat betekent wel iets voor mij. In de zin van hoe belangrijk is dat mensen elkaar vrij laten. Dus in die verschillen en die overeenkomsten, dat is ook wat voortdurend terugkeert. Daar huist echt het goud, dat is de goudmijn waar we uit kunnen putten. En de mogelijkheden zijn oneindig.

>> 00:27:38 De duduk is een heel erg mooi weemoedig blaasinstrument uit Armenië van abrikozen hout gemaakt, een dubbelriet instrument, familie van de hobo. Heeft maar een kleine omvang van iets meer dan een octaaf. Vaak vrij laag. En het is uitermate geschikt voor melancholie en melancholieke melodieën. Het is heel simpel gebouwd een soort van motief uit 2 delen. En dat krijgt nu een antwoord. En daar komt de cello er met ornamenten bij. Tweede stem. Hobo neemt hier dus eigenlijk het tweede deel van de duduk melodie. Herhaalt dat eigenlijk een octaaf hoger. Hier komt de fluit er in met ornamenten. De cello speelt de hoofdnoot. Daardoorheen hoor je heel zachtjes de erhu. Die stijgende lijntjes speelt naar boven.
>> 00:28:56 Nu komt het begin terug. Duduk samen met klarinet wat heel erg mooi mengt, vind ik zelf. Met de cello in de diepte. Hij wou dat ik eens iets met een lage c-snaar deed, dus dit is helemaal op de lage c-snaar. En de ornamenten worden nu door de kamancha uit Azerbeidzjan gespeeld.

00:29:35 Bij compositieles merk je vaak dat ze allemaal vastzitten in ‘dit mag niet en dat mag niet, en m’n leraar vindt zus en…’. Ja maar, dit… In de hele maatschappij mogen allerlei dingen niet. En stoplichten en paspoorten en formulieren maar dit is jouw kleine tuintje waar je volkomen vrij bent om wietplanten of cactussen of kan mij het schelen te groeien of fantasie bloemen. Maar het is jouw tuintje, waar je alles te zeggen hebt en niemand heeft er iets over te zeggen. Daar ben je vrij. En dat je alles Im Frage stelt, dat is eigenlijk mijn grootste boodschap ook in de compositielessen.
00:30:14 Je moet toch de benefit of the doubt altijd geven. Want wie weet heeft iemand iets in zijn kop of heeft hij iets gecombineerd of… Voelt intuïtief aan dit kan iets worden. Geef het de kans. En dan heb je, ja, je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

>> [media sequentie over Nomaden]

>> 00:31:29 Mensen zeggen wel eens ‘het stuk schrijft zich op een goed moment zelf, of het boek schrijft zichzelf’. Dat is ook zo. Want opeens neemt het over en zegt het ‘dat hoort er wel in en dat hoort er niet. Leuk idee meneer de componist maar bij dit stuk hoort dat niet’. Dus alsof jij het niet bent die het bedenkt, maar het ergibt sich, het doet zich voor. Dan denk je ‘wauw’. Ik ben nu getuige van iets wat zomaar gebeurd en ja dat is wel heel fijn. Dat is dan dat je eigenlijk niet trots bent, omdat je, omdat het jezelf overkomt. Dat klinkt dus belachelijk. Maar dat ik echt soms, dat het me overkwam en dat ik naar beneden liep en tegen Jose, mijn vrouw zei van ‘volgens mij is er een meesterwerk onder m’n handen aan het ontstaan’. Helemaal jubelend zo van ‘wat is dit nu!’ weet je wel. Het is wel heel grappig als dan later dat blijkbaar overkomt ook bij andere mensen. Dat het niet alleen mij overkwam, maar ook andere mensen van ‘hé dit is wel iets heel speciaals’. En dan is het eigenlijk wel leuk dat je ‘ik’ daarin een heel ondergeschikte rol speelt.

00:33:06 De grote vraag was hoe eindig je zo een stuk van een uur. En heel erg voor de hand liggend en saai is natuurlijk met een grote finale. Maar ik wou dat het geheimzinniger was en ik vond het dus mooi om het in een soort van mist te laten… Beeld brokkelt weg en het lost op als het ware.

>> 00:33:34 En hier speelt dus ook iedereen, dus dat vind ik ook wel mooi. Dus dat ze met z’n allen iets heel wazigs doen. En dit vond ik zelf ook een van de dingen die wel geslaagd zijn in het combineren van al die instrumenten, al die kleuren en dat je echt een nieuwe klank kan krijgen. Waarbij je niet meer weet wat je nou eigenlijk hoort. Ik deed het in m’n broek of dat wel zou gaan, dit. En het pakte erg goed uit. [lacht] Al zeg ik het zelf.

VO: Dit was de podcast van De Kostgangers.

Geert: We komen vanaf nu iedere maand met een nieuwe aflevering. Dus abonneer je op ons kanaal in je favoriete podcast-app

Daan: En als je onze verhalen mooi vindt en ons wilt steunen, ga dan NU eerst naar iTunes en laat een review achter. Dat helpt ook andere podcastluisteraars om onze verhalen te vinden.