Beluister hier de podcast ‘Volop Amerika’

Geert: Welkom bij de podcast van Spaarnestad Photo

Daan: waarin we op zoek gaan naar het verhaal achter een onbekende, bijzondere foto uit de Collectie Spaarnestad van het Nationaal Archief in Den Haag

Geert: mijn naam is Geert van de Wetering

Daan: en ik ben Danielle Emans

Geert: De beroemde fotograaf Ed van der Elsken maakte in 1960 samen met zijn vrouw Gerda een wereldreis per schip.

-all on board…

Daan: Van hun belevenissen deden ze in woord en beeld verslag. De artikelen die werden gepubliceerd in het tijdschrift de Katholieke Illustratie

Geert: en de Beatrijs

Geert: In deze podcast horen we fragmenten uit het artikel ‘Volop Amerika’ over het bezoek van Ed en Gerda van der Elsken aan Los Angeles.

Daan: De way-of-life van weinig andere landen ter wereld lijkt tegelijkertijd zo geliefd en zo gehaat als die van de VS.

Geert: De vluchtigheid, het materialisme…

Daan: of noem het pragmatisme en vooruitgang…

Geert: Hoe dan ook:

Daan: Voor Gerda zijn de eerste indrukken van Amerika in ieder geval niet bijster positief. Het landschap, zoals dat aan haar voorbijtrekt, rijdend in de auto, stelt haar danig teleur. En ook wat het televisietoestel haar allemaal voorschotelt, doet haar haren soms overeind staand. Geert: Het artikel geeft zo een mooi tijdsbeeld van een cultuur die voor de meeste mensen in Europa nog vreemd was, maar waarmee we inmiddels zo vertrouwd zijn, dat we om Gerda’s verbijstering vertederd kunnen glimlachen.

Daan: Maar of we daar nu uiteindelijk blij mee moeten zijn…

Gerda/Christel: We kwamen aan in Los Angeles. Dat klinkt prachtig, vindt u niet? Los Angeles, een van de grootste steden ter wereld en een van de rijkste, met Hollywood, het filmsterrenkoninkrijk, eraan vast. Maar wat was dat een teleurstelling!

Om te beginnen is de haven van Los Angeles zeker anderhalf uur rijden van het centrum van de stad verwijderd. En wat je in die anderhalf uur ziet, is alles even triest, grauw en vuil. Fabrieksterreinen, opslagplaatsen van oud roest, monsterachtige machines en vrijwel geen mensen. En overal, langs de kant van de weg, in achtertuintjes en op ieder vrij stukje grond, staan de olieboortorens en de jaknikkers, de machines, die de olie oppompen. Ze deden me denken aan overwerkte wasvrouwen, die niet meer kunnen ophouden met hun werk en dag aan dag, doodmoe en zielloos, hijgend en steunend, hun wasgoed op en neer, op en neer halen.

Hoe meer je het centrum nadert op een van de acht- of tienbaanswegen, waarop je in een bepaald tempo moet rijden, ongeveer zestig tot tachtig kilometer, omdat je anders het verkeer ophoudt, hoe geconctreerder het verkeer wordt, tot je alleen nog maar een schakel bent in een ononderbroken keten. Raampje aan raampje met je vier buren, zoef, zoef, zoef langs die vijf auto’s dikke stroom tegenliggers, race je voort over het prachtige wegdek. Je moet slikken, je hoofd schudden en in je ogen wrijven om je te realiseren, dat dit geen afschuwelijk nachtmerrie is, maar iets heel gewoons en normaals, namelijk stadsverkeer.

En zo kom je dan in het centrum. Je kunt er winkels kijken en mensen: vooral de laatste zijn de moeite waard! Bovendien is het de enige plaats in Los Angeles, waar je ze ziet lopen. Overal elders in deze grote stad is een mens op twee benen in plaats van op vier wielen een vreemd gezicht! Het is dus erg moeilijk iemand de weg te vragen. Maar gelukkig lukt het soms, na een fikse sprint, de een of ander te treffen, die zich net van zijn auto naar de voordeur van zijn huis begeeft of andersom.

De buitenwijken in de richting van Hollywood zien er uit als de advertenties in de tijdschriften voor goed wonen. Alle huizen zijn één verdieping hoog. Het is hier, waar de grond ijselijk duur is, namelijk veel sjieker om laag en wijd te bouwen in plaats van smal en hoog.

Het is eigenlijk vreemd, dat Hollywood absoluut niet imponeert door zijn uiterlijk. Toen wij er voor de eerste keer ‘s avonds uit een bioscoop kwamen, waanden we ons in een provinciestad, waar iedereen om elf uur in bed ligt. Natuurlijk is dit in feite niet zo. De peperdure nachtclubs zitten vol, in de restaurants wordt weelderig gesoupeerd en in de vele ‘million dollar houses’ worden klinkende feesten gehouden.

Maar van dat alles is buiten niet veel te merken en we besloten dan ook om onze vrije tijd door te brengen voor het televisietoestel aan boord.

We deden dat televisiekijken vol overgave. Zo uit bed zaten we voor het toestel, slokten op gezetten tijden een maaltijd naar binnen en tolden om een uur of twee, drie, versuft, gebroken, met pijnlijke rug en ogen en met een dof gebrom in het hoofd in bed. We zagen van alles: programma’s voor het kind, de vrouw, de man, de zieke, sport, religie, kunst: verder een verrassend groot aantal oeroude films, verkort en in stukken geknipt, plus een nog tien keer zo groot aantal cowboyfilms, die op het ogenblik een toppunt van populariteit hebben bereikt.

Er worden voor de Amerikaanse televisie dingen gezegd en gedaan waarvan onze haren overeind gingen staan. De heer Parson bijvoorbeeld, die iedere avond een paar uur vult met een eigen show, haalt zijn persoonlijke vijanden met zoveel verve door het slijk en laat de mensen, die hij interviewt, met genoegen zulke roddelpraat verkopen, dat het met “een mens mag zeggen wat hij wil’ (iets waar ik erg voor ben) nièts meer te maken heeft.

>>

Daan: Dit waren fragmenten uit het reisverslag “Volop Amerika”, geschreven door Gerda van der Elsken en oorspronkelijk gepubliceerd in nummer 41 van de Beatrijs uit 1960. De tekst werd ingesproken door Christel Leenen.

Geert: Christel is bibliothecaris bij Het Nieuwe Instituut in Rotterdam (en tevens vrijwillig medewerker bij Spaarnestad Photo).

Daan: Deze podcast werd gemaakt in het kader van de tentoonstelling: “Onderweg – Met de fotograaf op reis” van het Nationaal Archief.

Daan: Het oeuvre en de rechten van Ed van der Elsken worden beheerd door het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam

Geert: See you later!