Luister de podcast via Soundcloud

Transcript Resonanties
Trillingen in de wetenschap, natuur en muziek

>> INTRO

Geert: Welkom bij De Kostgangers, mijn naam is Geert van de Wetering.

Daan: En ik ben Danielle Emans. Deze uitzending kwam tot stand in samenwerking met de de studenten Sonologie van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag – Max, Niels, Natalie en Julio.

Geert: En in deze uitzending hebben we drie verhalen over trillingen. Trillingen in de natuur, de muziek en de wetenschap.

Daan: En waarom over trillingen?

Geert: Nou, omdat ik trillingen een fascinerend fenomeen vind. Zo simpel is het eigenlijk. Volgens mij zijn trillingen iets heel fundamenteels, iets wat alles met elkaar verbind.

Daan: Een soort geheim van ons universum ofzo?

Geert: Inderdaad, Nikola Tesla die zei al – en ik citeer eventjes hier – als je de geheimen van het heelal wilt onderzoeken, dat je dan moest denken in termen van frequenties en vibraties. Het lastige is dan dat je je al snel begeeft op het terrein van de New Age.

Daan: Dat vind ik niks voor jou als ik eerlijk ben…

Geert: Nee, dat is ook helemaal niks voor mij, want ik ben a-religieus en ook a-spiritueel. Maar het idee dat er een soort verbindend element is dat de basis vormt voor het alles, voor het alles…haha…dat spreekt mij wel echt aan. Vandaar ook mijn interesse in de zogenaamde snaartheorie. Dat is een theorie die beweert dat alles bestaat uit trillende snaartjes. Maar verder dan dat gaat mijn kennis eerlijk gezegd niet, omdat ik namelijk de ballen verstand heb van natuurkunde. Maar gelukkig heb jij mij daarbij geholpen.

Daan: Yes, aardig he, van mij…

Geert: Ja, dat is heel aardig. Je bent een soort Virgilius, een hedendaagse Virgilius, die mij Dante, door de hel en het vagevuur van de moderne theoretische natuurkunde hebt geleid. Toch?

Daan: Zeker, kom op daar gaan we, Geert

Geert: Dank daarvoor

Akte 1 – verhaal snaartheorie

Eric Bergshoeff: Ik word af en toe ‘s nachts door God zelf opgebeld en die zegt Eric, ik zal jou alvast vertellen hoe de wereld in elkaar zit.

Daan: Mag ik aan je voorstellen, Professor Dokter Bergshoeff

Eric Bergshoeff: Ik ben theoretisch natuurkundige. Ik werk aan de Universiteit van Groningen. Ik ben directeur van het Van Swinderen Instituut voor zwaartekracht- en deeltjesfysica.

Daan: Eric Bergshoeff houdt zich bezig met de snaartheorie.

Eric Bergshoeff: De snaartheorie is een hypothetische theorie, want we weten niet of de natuur er gebruik van maakt, om een probleem op te lossen dat bestaat bij de zwaartekracht.

Daan: De theorie neemt als uitgangspunt dat alle elementaire deeltjes om ons heen ontstaan als de trillingen van één enkele snaar. De theorie neemt als uitgangspunt dat alle elementaire deeltjes om ons heen ontstaan als de trillingen van één enkele snaar. Zo kunnen we de krachten in het heelal, als de krachten op de kleinste schaal – dus tussen deeltjes kleiner dan een atoom – binnen éen model beschrijven.

Geert: Ja en dat klinkt abstract, maar dit is dus de kans om erachter te komen wat – de relativiteitstheorie, kwantummechanica, zwaartekrachtsgolven, ja, wat dat nou eigenlijk zijn… ook als je helemaal niks van natuurkunde begrijpt…

Daan: Ja, ook dan!

Eric Bergshoeff: Het gekke is, snaartheorie heeft altijd een beetje de schijn van daar moet je superslim voor zijn om daarmee te werken. Je hebt soms het gevoel daar moet je nog slimmer voor zijn dan als je in andere delen van de wetenschap werkt. Maar dat is niet zo. Je hoeft niet heel slim te zijn. maar je moet natuurlijk wel een gezond stuk hersenen hebben

Daan: Niet slim zijn is geen spelbreker. Wel een gebrek aan voorstellingsvermogen. Want we gaan afreizen af naar werelden onvoorstelbaar klein en tegelijkertijd onvoorstelbaar groot. En ruimte of eigenlijk dé ruimte speelt daarin een belangrijke rol…

Eric Bergshoeff: En dat heelal is dus verschrikkelijk groot he. Dus dat.. Je weet niet hoe groot dat is. Wij zitten dus op een aarde, dat hoort bij de zon, die zon hoort weer bij een stelsel van miljarden sterren dat is het melkwegstelsel, er zijn weer miljoenen melkwegstelsels. Gigantisch. Niet te bevatten. Daar dobberen wij in rond en dat komt allemaal uit één punt. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij nou hier zitten? Dat is niet te bevatten. En ik moet eerlijk zeggen dat ik er helemaal geen bal van begrijp eigenlijk. En dat is juist wel leuk ook weer. Dat vind ik spannend. Maar goed, ik zal dat verhaal nu doen. Dus u bent gewaarschuwd, dat kost enige tijd.

Daan: De snaartheorie is dus een oplossing voor een probleem dat ontstaat rond zwaartekracht.

Eric Bergshoeff: de zwaartekracht, dat is natuurlijk een kracht die heel bekend is. En daar is ook een beschrijving van gegeven eeuwen geleden door Newton. Die zegt dat als je twee voorwerpen hebt, met een bepaalde massa, dan is er een aantrekkende zwaartekracht die die twee voorwerpen naar elkaar toe trekt.

Daan: En zo ook tussen zon en aarde. Een gedachtenexperiment… Stel… er staat een mannetje op de zon…

Eric Bergshoeff: … die houdt met een touw de aarde vast, en die gaat dan ronddraaien. En stel nu, hypothetisch, de zon zou verdwijnen, dan is het alsof die man dat touw loslaat. En dan zou instantaan,

Geert: Dat betekent gelijk, meteen, direct…

Eric Bergshoeff: zou de aarde met een rechte lijn de ruimte in verdwijnen. Dus met andere woorden, volgens Newton zou het zo zijn dus als de zon er niet zou zijn, zouden wij daar direct wat van merken. Direct zouden wij als een speer de ruimte in verdwijnen.

En euh, nou die beschrijving van Newton is eigenlijk eeuwenlang goed gegaan, er was een wet voor, iedereen blij en gelukkig. Maar er kwam een probleem.

Daan: Om precies te zijn, Einstein bedacht dat we dan een probleem hebben…

Eric Bergshoeff: Want Einstein had gezegd van informatie-overdracht kan niet sneller plaatsvinden dan het licht. Dat licht heeft nog altijd 8 minuten nodig om van de zon naar de aarde toe te gaan. Dus dat betekent qua zien, zouden wij als de zon zou verdwijnen, zouden wij dus nog 8 minuten lang niet merken dat de zon verdwenen was.

Daan: Dus volgens de wet van de zwaartekracht zouden we direct de ruimte in verdwijnen, weg van de zon.

Eric Bergshoeff: opeens, floeps, is de zon verdwenen.

Daan: Maar volgens de snelheid van het licht…zouden we dit pas na 8 minuten kunnen zien.

Eric Bergshoeff: Dus dat kon niet volgens Einstein.

Geert: Maar Einstein zou Einstein niet geweest zijn als hij niet met een oplossing zou zijn gekomen…

Daan: Inderdaad, en dat deed ’ie doordat hij bij de werking van de zwaartekracht ook de ruimte tussen de zon en de aarde te betrekken.

Eric Bergshoeff: Dus de ruimte in die Newton beschrijvingen, ruimte is leeg. Er is niks tussen de zon en de aarde. Maar volgens Einstein was dat niet zo. Die ruimte, dat moet je toch zien als een soort strak gespannen laken. En al zou je de zon nou in de ruimte zetten, dat is als het ware als je een zware bal op een laken zet, dan krijg je een kuil in het laken. Dus de structuur van de ruimte verandert door de aanwezigheid van de zon.

En die aarde moet je zien als een klein knikkertje. Als de aarde beweegt zonder zon, is de ruimte een strak gespannen laken. Dan zal die knikker in een rechte lijn bewegen. Maar als de zon op dat laken geplaatst is heb je een kuil, en als dan de aarde komt aanrollen, dat kleine knikkertje, dan valt hij als het ware in dat kuil, veroorzaakt door de zon, en gaat hij rondjes draaien.

Daan: En die rimpeling in het tafellaken…  kromming in de ruimte…

Eric Bergshoeff: Dat heten zwaartekrachtsgolven. En die zwaartekrachtsgolven die bewegen precies met de lichtssnelheid. Dus de manier waarop Einstein dat probleem oploste, hij zei:

Daan: de informatie van ‘jongens er is geen zwaartekracht meer’ die werd als het ware gedragen door die golven.

Geert: Dus door die zwaartekrachtsgolven duurt het nu zowel 8 minuten tot de zon uit het zicht verdwijnt, als 8 minuten voordat de zwaartekracht tussen zon en aarde wegvalt.

Daan: En dit inzicht vormt de basis van de algemene relativiteitstheorie.

Eric Bergshoeff: We zijn dus bij de…bij Einsteins theorie van de zwaartekracht en we kunnen zeggen nou, iedereen heeft weer pais en vree en we kunnen weer ons leven opvatten dus oppakken, alles klopt.

Daan: Maar schijn bedriegt… Natuurkundigen hadden ook ontdekt dat als je naar hele kleine afstanden gaat, op het niveau van atomen en moleculen…en kleiner…

Eric Bergshoeff: …dan zit de wereld ook heel anders in elkaar.

Daan: En dat is de wereld van de kwantummechanica.

Eric Bergshoeff: Het gekke is niemand gelooft in de kwantummechanica als de uiteindelijke theorie. Hij is te weird. Maar hij werkt wel, in de zin van hij wordt bevestigd door echt concrete experimenten.

Daan: Het zijn formules die heel geschikt zijn om te verklaren en te voorspellen wat er op micro-niveau gebeurt.

Geert: Op het niveau van atomen dus…

Daan: Een atoom heeft een kern en daar als een klein planeetje vliegt een elektron omheen.

Eric Bergshoeff: Dan zou je denken de afstand van het elektron tot die kern dat kan gewoon iedere afstand zijn, dat mag van alles zijn. Nee, de kwantummechanica zegt: de afstand mag alleen maar een veelvoud van een bepaalde basisafstand zijn. Dus dat elektron kan een bepaalde afstand van de kern zijn, of twee, drie keer die afstand, maar niet 1 ½ keer die afstand. Dus die afstand is gekwantiseerd.

Daan: En kwantisatie is iets wat we heel goed kennen. Het wil zeggen dat dingen alleen maar in discrete hoeveelheden voorkomen.

Geert: Misschien moet je even uitleggen wat discreet betekent in deze context, want de meeste mensen, zoals ik eerder ook, kennen dat woord alleen in de zin van ‘ik ga discreet met die informatie om’ of zo…

Daan: Ja, bijvoorbeeld ons contact geld is gekwantiseerd: je hebt munten van 1 euro, 20 cent of 5 cent, maar er zijn geen munten van 1,1 euro, of van 22 cent. Dus die munten hebben die vaste getallen, dat is wat we noemen discrete hoeveelheden.

Eric Bergshoeff: Nou wat is nu het probleem, ik heb tot nu toe alleen maar feiten gezegd.

Maar eigenlijk is het een beetje een rare situatie want dan heb je dus die kwantummechanica, die gebruik je nou om de wereld om ons heen in kleine afstanden te omschrijven en de zwaartekracht gebruik je meer voor de grote afstanden. En dat is eigenlijk al een beetje raar want je hebt dan 2 theorieën voor dezelfde wereld.

Dat hoeft op zich geen probleem te zijn als je de taken goed verdeelt. Dat je zegt: de kwantummechanica gebruiken we voor de kleine afstanden, en de zwaartekracht voor de grote afstanden. Dan als iedereen zich daar aan houdt, dan hoeven we nooit een probleem te hebben.

Daan: Maar er is wel een probleem, want…Het heelal is ontstaan door de big bang. En het heelal dijt uit.

Eric Bergshoeff: Maar dat betekent dus ook dat het onduidelijk is: wat is groot en wat is klein? Want iets kan nu wel groot zijn, maar dat was vroeger klein. En als je dus maar teruggaat naar de big bang, of dicht bij de big bang, dan is alles klein. Maar je hebt wel degelijk nog zwaartekracht.

Geert: Dus dan heb je een situatie waar je zowel de zwaartekracht als de kwantummechanica moet gebruiken

Daan: Ja klopt

Eric Bergshoeff: Toen is men gaan denken laten we die regels van de kwantummechanica nou ook eens op de zwaartekracht toepassen…

Daan: Maar dan, blaast alles op

Daan: Althans de formules

Eric Bergshoeff: De reden waarom de kwantummechanica als je het toepast op de zwaartekracht tot problemen leidt, is dat de zwaartekracht werkt door tussenkomst van de ruimte. De ruimte zelf…

Daan: Einstein stelt de ruimte op grote afstanden dus voor als een strak gespannen laken, maar…

Eric Bergshoeff: als je naar hele kleine afstanden teruggaat, [binnen de kwantummechanica], dan weten we niet precies wat we met ruimte bedoelen.

Daan: Het hele concept ruimte is volledig vaag

Eric Bergshoeff: we weten gewoon niet precies wat het is en doordat dat dat zo onzeker en chaotisch is, dat is de reden dat alle formules in de zwaartekracht opblazen.

Daan: Dus de natuurkunde zit opgezadeld met twee grote theorieen, met eigen werkregels, die niet op elkaar aansluiten…

Geert: één theorie voor de wereld binnen het atoom… en één voor de wereld daarbuiten

Eric Bergshoeff: Maar een ding wat zeker is, we willen graag… dat is de grote droom dat je één vergelijking hebt, die dan alles zou verklaren.

Daan: En gelukkig…komt dan als redder in onzekere tijden…de snaartheorie in beeld.

Geert: zingt Apocalypse Now…

Daan: Die neemt onzekerheid weg door te zeggen dat elk deeltje…

Eric Bergshoeff: nog veel kleiner dan het atoom. Kleiner dan het kleinste deeltje, kleiner dan de kleinste quark.

Daan: dat, dat is opgedeeld in kleine dansende vezeltjes van energie. En ze lijken op…een trillende snaar

Geert: En de grote vraag is natuurlijk: waarom in godsnaam een trillende snaartje?

Eric Bergshoeff: Een deeltje is als het ware oneindig klein, dus die is gevoelig, maar een snaar heeft een bepaalde grootte. En als je er nou maar voor zorgt dat het snaartje net wat groter is dan die onzekerheden in de ruimte, dan maak je als het ware jouw object ongevoelig voor de onzekerheden van de ruimte.

Daan: Dus we kijken niet meer in een onzekere ruimte, maar zoomen net iets verder uit.

Geert: Vergelijk het met het verschil tussen een race-fietser en een mountainbiker. De onzeker ruimte is in dit geval een weggetje met losse kasseien. Waar de racefietser op z’n zadel stuitert, daar zoeft mountainbiker zonder problemen over het weggetje. De mountainbike-band is dan zeg maar een uitgezoomde versie van de raceband.

Daan: Ja, en op zo’n groter geheel, is er minder onzekerheid over de ruimte en dan werken de formules wél.

Eric Bergshoeff: Die combinatie van zwaartekracht en kwantummechanica die heet kwantumzwaartekracht. Je zou kunnen zeggen: de snaartheorie is een kandidaat voor de beschrijving van de kwantumzwaartekracht.

Geert: Blijft de vraag waarom dat dan in de vorm van een snaartje is. En of we die ook daadwerkelijk kunnen zien…

Daan: Nee, hij is zo klein, dat kan ik alvast zeggen, dat kunnen we nooit zien. Die vorm is helemaal gebaseerd op wiskundige berekeningen.

Eric Bergshoeff: De huidige inzichten zijn dat de snaartheorie niet alleen een theorie voor snaren maar voor allerlei objecten is. Niet alleen snaartjes maar ook vliegende tapijtjes en ook keien.

Daan: Een snaar die zich kan oprollen, uitvouwen, buigen, uitstrekken… En daardoor allerlei vormen aan kan nemen.

Eric Bergshoeff: Allemaal samen kunnen ze dat probleem van de kwantumzwaartekracht oplossen.

Geert: En dat dat dingetje trilt, dat heeft ook een belangrijke reden.

Daan: De trilling bepaalt het soort deeltje

Eric Bergshoeff: Dus je hebt niet een elektronsnaartje en een protonsnaartje, nee je hebt één snaartje, maar als hij zus trilt gedraagt hij zich als een elektron, als hij zo trilt, gedraagt hij zich als een proton. Dus in die zin heb je ook een soort unificatie van deeltjes. Eén snaartje in plaats van allemaal verschillende deeltjes. En die verschillende deeltjes corresponderen met de verschillende trillingswijzen van dat snaartje.

Geert: In die zin zou je het kunnen vergelijken met een muziekinstrument.

Daan: Ja, precies de deeltjes in de natuur corresponderen met de verschillende tonen van een viool. Die vergelijking wordt vaak gemaakt.

Eric Bergshoeff: Dus je hebt één vioolsnaar maar je hebt wel verschillende tonen.

Geert: Maar in feite is dit allemaal theoretische luchtfietserij…

Daan: Ja, uiteindelijk willen de natuurkundigen gewoon experimenten kunnen doen die het bestaan van het trillende snaartje bewijzen.

Eric Bergshoeff: Op een gegeven moment moet je ook weer terug naar aarde en dan gewoon een experiment gaan doen en eerst checken wat je kan checken.

Eric Bergshoeff: Maar uiteindelijk ja wat de toekomst zal brengen… Mijn grote droom zou zijn om rond te kunnen lopen op een conferentie 100 jaar in de toekomst, en dan eens anoniem rond te lopen en te kijken wat er nou overgebleven is van wat je vandaag de dag doet. Dan is natuurlijk je grote droom dat een keynote spreker op een gegeven moment zegt: het is de wet van Bergshoeff die uiteindelijk alles verklaart. En dan zeg je DAT BEN IK! Dat ben ik!! Maar dat is het leuke, het verhaal gaat door, er zal een toekomst zijn 100 jaar van nu en misschien dat we er dan op een totaal andere manier over praten. Het kan zijn dat wij als visionairies gezien worden, als we gelijk hebben, het kan ook zijn dat ze naar ons kijken als The Dark Age waarin mensen volledig verkeerd bezig waren. Dat is het risico wat je loopt als je nog geen experiment hebt, maar ja, in de wetenschap moet je af en toe ook risico’s nemen. We proberen gewoon verder te komen en zo best mogelijk te kijken hoe ver we kunnen komen.

Akte 2 – verhaal springspin

Geert: wanneer een spin een web bouwt, doet ‘ie iets bijzonders. De spin stemt namelijk elk individuele draadje van zijn web. Elk draadje krijgt een andere lengte en spanning, waardoor iedere draad vibreert met een andere frequentie. Vergelijk het een harp.

Daan: Als er iets in het web terechtkomt, slaat de spin de webdraden aan met zijn pootjes. Door de verschillende vibraties af te tasten, voelt de spin waar het object zich in het web bevindt. En ook wát het is… een nutteloos blaadje dat in het web gedwarreld is…, of een prooi… of misschien zelfs een leuke, potentiële paringspartner.

Geert: De springspin Portia Fimbrata maakt heel inventief gebruik van dit talent bij spinnen.

Daan: Namelijk, om op andere spinnen te jagen.

Geert: De Portia Fimbrata is maar een heel klein beestje. Kleiner dan een cm. En volgens Stim Wilcox, voormalige professor aan de Binghampton University in New York zien ze eruit als een kloddertje modder.

Stim: it’s just like a lump of dirt

Daan: Portia weet dus precies hoe de webdraden van andere spinnen vibreren. Hij weet wat voor soort trillingen door de wind worden veroorzaakt, door vallende blaadjes, door vliegjes gevangen in het web,

Geert: en hij weet die exact na te doen.

Stim: they are virtually identical

Daan: Volgens Stim Wilcox is het aantrekkelijke aan de Portia Fimbrata dat het een heel pienter spinnetje is.

Geert: Het gebruikt een heel scala aan tactieken om te jagen. Als de ene niet lukt, probeert-i een andere uit, net zo lang tot-i beet heeft.

Stim: what is so cool about Portia was that it’s ability to adopt different tactics depending on what the prey spider was or was not doing.

Geert: Door gebruik te maken van hele gevoelige trillingregistratie-apparatuur…

Stim: you just hear something goes [fluit]

Geert: …kon Stim Wilcox vaststellen dat de imitatie-vibraties van de Portia vrijwel identiek waren met hoe het web trilde wanneer er bijvoorbeeld een blaadje inviel.

Stim: we recorded this thing that we made on the web, we recorded Portia’s signals that Portia made on the web and we could see how close they were. So close that we couldn’t tell the difference.

Geert: Door de trillingen veroorzaakt door een briesje te imiteren…

Stim: we call that smoke-screen behavior

Geert: weet ‘ie tot heel dichtbij de prooi-spin in het web te komen.

Stim: Portia would move forward…Each time it made the web move…

Geert: Door een verstrikt insect na te doen…weet ‘ie de andere spin naar zich toe te lokken.

Daan: En dan… als hij heel dicht bij de spin is… dan slaat ‘ie toe.

Stim: and it get closer and closer and closer and closer, so it would be within one or two centimeters. And then it would jump on and kill it.

Geert: Hij springt erop en vreet ‘m op.

>>>radio stoort, overgang verhaal harpiste >>>

‘Ik denk dat ik het ongeveer anderhalf jaar geleden begon te merken. Het moet de herfst van 2014 zijn geweest. Dat jaar kreeg ik het gevoel dat er iets niet klopte. In het begin dacht ik dat ik me dingen inbeeldde. Dan zocht ik naar m’n blauwe paillettenjurkje, dat draag ik graag tijdens een concert, maar dan was die spoorloos verdwenen. Of ik had e-mails die waren gemarkeerd als ‘gelezen’, terwijl ik ze echt nog niet geopend had. Maar ja, je staat er niet te lang bij stil, je denkt toch dat je gewoon vergeten bent dat je je jurkje hebt uitgeleend, of dat je per ongeluk je mail al hebt aangeklikt… zoiets… En sowieso koppel je die dingen niet aan elkaar, hè?

Pas ver in november besefte ik dat er iets echt niet klopte, toen ik er op een ochtend achter kwam dat mijn achterdeur op een kier stond, en ik honderd procent zeker wist dat ik die deur de nacht ervoor op slot had gedaan.’

‘Vreselijk, ja. Ik was onmiddellijk bang dat mijn harp was gestolen, een enorme opluchting toen die nog in de woonkamer bleek te staan. Maar wat er wel was gebeurd, was eigenlijk nog veel erger.’

‘Ik zal bij het begin beginnen. Ik had een paar maanden daarvoor besloten m’n Twitteraccount te verwijderen. Als semi-BN’er [giechelt] is dat nogal een keuze, hoor. Via Twitter werd ik gevraagd voor leuke dingetjes, Dancing With The Stars, dat soort schnabbels. Ik hoopte op Expeditie Robinson, maar dat kwam er maar niet van. Maar goed – m’n Twitteraccount dus, terwijl ik op de vijftienduizend volgers zat. Er bleef één twitteraar me zo in de gaten houden, dat ik besloot ermee op te houden. De berichten van dit meisje sprongen er echt uit. Ze was een fan, dat wel, maar op een… ongemakkelijke manier. Ja, ze schreef dingen als: “zag dat je je goed vermaakte op Lowlands, gezellig bij Ben Howard”, en dan wás ik inderdaad bij Ben Howard geweest, maar dat stond niet in m’n update… en ja, natuurlijk, er gaan duizenden mensen naar Lowlands, maar tóch. En ze was echt fanatiek. Dus toen heb ik m’n account verwijderd. Ik was er klaar mee. Maar goed. Zij niet.’

‘Ze bleef zo doorgaan. Ze ging naar dezelfde concerten, dezelfde feestjes, en uiteindelijk kwam ik haar tegen bij een exclusieve workshop van Ursula Holliger, de legendarische harpiste, die ook met Elton John werkt..? Nou ja, in ieder geval, mijn ultieme inspiratiebron. En ik was zo verbaasd dit meisje daar te zien, ik wist niet dat ze ook speelde. Ze analyseerde iedere noot die ik speelde, observeerde elk akkoord… Ik probeerde nog een praatje met haar te maken, maar ze was meteen na de workshop verdwenen.’

‘Nou, ik had in haar bio gelezen dat ze twintig was, dus ik hield mezelf voor dat het onschuldig was, maar het werd steeds erger. Toen ik mijn laatste album uitbracht, coverde ze ieder nummer en zette de filmpjes op YouTube. Elk nummer! Ze maakte een paar maanden later een Instagram-account aan onder mijn naam, met mijn foto’s die ze van mijn eigen account haalde. Heel creepy, maar ik kon niks doen. Totdat ze foto’s van mij online zette die ik niet zelf eerder had gepost. Die ik niet had gemaakt. Die ik nooit had gezien.’

‘Het bleek dat ze me al die tijd ook thuis in de gaten hield, en foto’s maakte… ja, zoals paparazzi ook doen, I know, maar dit was veel extremer. En toen die ene keer dat m’n deur dus op een kier stond… [wordt emotioneel] Ja sorry, ik vind het nog steeds moeilijk -’

Nou, toen is ze dus mijn slaapkamer binnengegaan terwijl ik sliep, en maakte ze close-upfoto’s van mijn gezicht. Die stonden de volgende ochtend online, met de caption ‘heerlijk nachtje gedraaid’. Het was vreselijk!’

‘Natuurlijk! De politie zei dat ze eigenlijk niets konden doen, omdat ik niets kon bewijzen – ze had het account net op tijd gewist, inclusief alle foto’s. Dus ik bleef in angst leven, ik sliep niet meer, at nauwelijks, durfde m’n computer niet meer aan te raken, en mijn harp stond stof te verzamelen. Ik had totaal geen inspiratie om ook maar één noot te spelen, nog steeds niet, ik moet er niet aan denken. En ik voelde me vreselijk in mijn eigen huis. Dus ik verkocht het.’

‘Ja, het stond nog niet op Funda of het werd onmiddellijk gekocht. Door wie? De makelaar vertelde me dat het een jong meisje in een blauw paillettenjurkje was.’

Akte 3 – stemtoon

Daan: En die spin kan dus heel nauwkeurig trillingen “lezen” als het ware, met z’n seismografische pootjes. Hiij weet gelijk ‘hey, die frequentie correspondeert met dat draadje in mijn web’.

Geert: Nou, zoiets komt sporadisch bij mensen voor. Mensen die een klank horen, en dan precies weten dat is een C, of een E, of een Fis.

Daan: Lijkt me handig als je musicus bent…

Geert: Nou, dat is maar hoe je het bekijkt hoor. Als je precies weet hoe een A moet klinken, beoordeel je een A die daarvan afwijkt als vals.

Daan: Klopt dat dan niet?

Geert: Nee, eigenlijk niet, omdat er in feite niet zoiets bestaat als 1 afzonderlijke, valse toon.

Daan: Laten we ‘t daar dan over hebben. Wat-is-vals?

Geert: Om dat uit te leggen, daarvoor maken we eerst een uitstapje naar een klassiek concert.

Daan: Vlak voordat de dirigent opkomt, stemt het orkest.

Geert: Je hoort een kakofonie van geluid en ja dat is een pleonasme : iedereen blaast, strijkt of slaat wat op z’n instrument…en dan wordt het stil…. en dan blaast de hoboist 1 toon. Daarna gaan alle leden van het orkest diezelfde toon spelen. En die toon… die noemen we de stemtoon …en dat is altijd de A.

Daan: Aaaaaaa….

Geert: Aaaaaaa, oei, ten opzichte van jouw A was ‘ie behoorlijk vals. Dat is tegenwoordig de standaard-stemtoon, de A met een frequentie van 440 trillingen per seconde. Want zoals je weet wordt geluid veroorzaakt door trillingen van de lucht. En bij die stemtoon A trilt de lucht 440 keer per seconde.

Daan: Duidelijk. Dus dat is dan 440 hertz, toch?

Geert: Juist. En de grap is een toon die 10 keer meer of 10 keer minder per seconden trilt, dat is ook nog steeds een A.

Daan: Alleen als je ‘m niet op die 440 speelt dan is ‘ie vals?

Geert: Nee…en ja.

Daan: Das een beetje flauw

Geert: Nee echt. Kijk, als de rest van het orkest de A speelt op 440 en jij speelt ‘m op 10 trillingen per seconde lager dan klinkt het vals met de rest van het orkest… maar als het hele orkest de A op 430 hertz speelt, geen énkel probleem. Klinkt gewoon als een A en zuiver.

Henkjan Honing: Een A kan je laag spelen, kan je hoog spelen, het maakt eigenlijk niet zoveel uit. Sommige mensen vinden hoog mooier, anderen laag mooier.

Geert: Dit is Henkjan Honing hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam.

Daan: Muziek-cog-ni-tie, leg even uit…

Geert: Ja, dat is een wetenschapsdiscipline die niet onderzoek doet naar componisten en de muziek an sich, maar ze bestuderen hoe mensen luisteren naar muziek.

Henkjan Honing: muziek gaat heel erg om die ervaring, nog meer dan andere kunstvormen, je luistert ernaar, je vindt het geweldig, daarna wil je het nog een keer, want je bent het eigenlijk alweer kwijt, lacht, dat heb je bij toneelstukken niet, dat wil je niet 5 of 6 keer horen. En dat maakt het ook zo intrigerend.

Geert: die stemtoon A dus, die is de afgelopen eeuwen steeds hoger is geworden.

Henkjan Honing: Hij is ooit bij 400-zoveel begonnen, en elke 100 jaar komt daar een paar Hertz bij. Dat is op zich ook al een bijzonder fenomeen. Waarom moet het steeds hoger en niet lager? Waarom niet gewoon hetzelfde? Maar goed, die verandering is er.

Daan: Dus als je een muziekstuk hoort dat 200 jaar geleden is gecomponeerd, dan klinkt dat nu een halve toon of zelfs een hele toon hoger, dan hoe het publiek het twee eeuwen geleden hoorde.

Geert: En Henkjan Honing is zoals gezegd vooral geinteresseerd in hoe mensen muziek ervaren, en hij denkt dat het voor de meeste luisteraars eigenlijk helemaal niet uitmaakt hoe hoog of hoe laag de stemtoon nu precies is. Sterker nog…

Henkjan Honing: Als ik een melodietje nu zou spelen van Bach en ik zou het stiekem een toon hoger spelen, denk ik niet dat jullie meteen zeggen: hee, dat is fout, het is een toon te hoog. Tenzij je absoluut gehoor hebt en weet dat ik alles een toon hoger speel.

Daan: Absoluut gehoor, dat is dus niet wanneer je een muziekstuk hoort en het dan direct na kan spelen…

Geert: Nee, dat dacht ik eerst wel, zoiets als een fotografisch geheugen maar dan voor muziek, maar nee, absoluut gehoor is dus die eigenschap waar we het net over hadden naar aanleiding van de pootjes van de spin, en die slechts heel weinig mensen bezitten.

Henkjan Honing: Het is als je een toon hoort, bijvoorbeeld FUUU, dat je kan zeggen dat is een A. Of een Ais. Dus je kan een toon classificeren, of hij nu op een viool of piano gespeeld wordt, als zijnde die toonhoogte, en die letter.

Geert: Kortom…

Henkjan Honing: Dus het herkennen van een noot zonder enige referentie, en hem kunnen benoemen.

Roelof van Driesten: Ik had het vroeger. En ik heb het niet meer. Buitengewoon vervelend. Niet alleen dat je dat niet meer hebt. Ik merk dus ook dat ik denk dat een stuk in een bepaalde toonsoort klinkt en dat is helemaal niet waar. En dat is buitengewoon frustrerend. Voor mij. Maar goed, ik heb er mee leren leven.

Daan: Dit is Roelof van Driesten violist en voormalig chef-dirigent van het Nationaal Balletorkest. In een eerder leven had hij een absoluut gehoor. Totdat een eigenaardige aandoening een einde maakte aan zijn succesvolle carriere in de muziek.

Roelof van Driesten:: Vroeger wist ik zeker ‘piieee’ dat is de A >>> slaat noot aan>>> Maar dit is de A.

Daan: Wat is er nu gebeurd met Roelof waardoor hij muziek van de ene op de andere dag zo anders is gaan ervaren.

Geert: We gaan terug naar 1993. Tijdens zijn vakantie gaat Roelof naar een concert van het NL studentenorkest.

Roelof van Driesten: En op dat concert dacht ik van ‘huh, was een symphonie van Sjostakovich en dat is nogal krachtige, luide muziek en ik hoor niet zo goed. ‘dat kan toch niet zo zachtjes zijn’. En ik ben de volgende dag naar de huisarts gegaan met het idee dat ‘ie misschien mijn oor moest doorspuiten.

Geert: De huisarts denkt dat de oorzaak gewoon een verkoudheidje is en dat het vanzelf wel over zal gaan. En hoewel Roelof op dat moment niet verkouden is, wordt hij een dag later wel ziek. Griep.

Roelof van Driesten: Dus ik dacht nou die had een vooruitziende blik! Op die maandag, daarop volgend, moest ik eigenlijk beginnen bij het Balletorkest. Met een nieuw stuk. Wat ze nog nooit gespeeld hadden. Nieuw ballet. Maar ik was doodziek. Dus ik heb gebeld ‘ja, ik kan even niet komen, maar ik kom woensdag. Want in mijn vak is het zo als je niet komt krijg je niet betaald ook.

Geert: Roelof ziekt enigszins uit, en …

Roelof van Driesten: …op woensdag kom ik op de repetitie, ik ga beginnen en het is een chaos. In mijn hoofd. In mijn oor. Ik hoor niet meer wat er gebeurt. Ik hoor niet of er nou een hobo speelt of een klarinet. Nou ja, je kan niet voorstellen wat voor een ellende ik toen meemaakte.

Geert: Hij last tijdens de repetitie even een pauze in en gaat direct langs bij de KNO-arts.

Roelof van Driesten: En ik kom daar en die heeft me onmiddellijk naar het ziekenhuis gestuurd om dingen te controleren, ik kwam terug met de resultaten en die zegt ‘man, je bent een week te laat’… ‘want je hebt, je hebt een verstoring in je binnenoor, euh, die waarschijnlijk onherstelbaar is.

Daan: En die verstoring leidt ertoe dat Roelof klanken in zijn linkeroor…

Roelof van Driesten: …bijna een kwarttoon lager hoorde, dan op het andere oor. He, dus als ik de telefoon nam met een bepaalde toon en ik zette ‘m aan mijn oor en ik bewoog naar het andere dan hoorde ik ‘TUUUUuuuuuuu’. Nou ja, dat is onmogelijk.Vandaar dat het ook zo chaotisch was.

Geert: Al het geluid dat binnenkomt, klinkt dus vals.

Roelof van Driesten: Ja vals…

Geert: …doordat ‘ie in ieder afzonderlijk oor een verschillende toonhoogte hoort.

Daan: Maar wat is vals nou precies? …

Roelof van Driesten: Flauw om te zeggen is, vals is niet zuiver.

Geert: Als de onderlinge verhoudingen tussen tonen niet kloppen – dan klinkt het vals…

Roelof van Driesten: …tussen twee verschillende tonen, ja. Het gaat om de correlatie, ja.
>>> Zingt 3 tonen
dat is zuiver gezongen
>>> Zingt 3 tonen
dat is vals

Daan: Dus je kan niet 1 enkele toon horen en horen dat ‘ie vals is.

Geert: Nee het is altijd relatief. Altijd een klank ten opzichte van een andere klank. Of die klank nu daadwerkelijk klinkt of dat je ‘em alleen in je hoofd hoort. En een klank wordt als vals bestempeld als de frequenties van de verschillende klanken geen veelvoud van elkaar zijn. Dus 100 Hz en 200 Hz zijn zuiver, 100 Hz en 113 Hz zijn vals.

Daan: En het kleine verschil tussen Roelofs oren heeft dramatische gevolgen…

Roelof van Driesten: Ben toen behandeld, heeft allemaal niks geholpen, hebben ze ook voorspeld dat het niet zou helpen. En het was einde verhaal. Van de ene dag op de andere.

Geert: Roelof van Driesten stopt als dirigent bij het Nationale Balletorkest…

Roelof van Driesten: Je moet als dirigent kunnen zeggen of iets goed is of iets niet goed is. En als je niet kunt horen, omdat je toonhoogtes niet meer kunt onderscheiden omdat het één grote chaos is dan heb je daar niks te zoeken.

Daan: Ook zijn eerste muzikale liefde, de viool, was onbereikbaar geworden…

Roelof van Driesten: Ik heb geprobeerd als een soort therapie viool te spelen, dat zat te dicht bij het verkeerde oor. Dat ging echt niet. Dus ik heb nooit meer gespeeld.

Geert: Gewoon luisteren naar muziek werd hem al te veel.

Roelof van Driesten: Ging ik naar de opera, of naar een concert, nou dan kon ik niet blijven zitten. Moest weg. Ik heb toen wel eens de moed gehad om te zeggen ‘ik had naar mijn opa moeten luisteren, die zei: “ga nou eerst maar een vak leren en dan met die muziek”. Dat heb ik niet gedaan. Dus het perspectief om iets anders te doen was er eigenlijk niet.

Daan: En zonder dat perspectief op een nieuwe toekomst, raakt hij volledig in de put.

Roelof van Driesten: toen weet ik nog wel dat ik eens gedacht heb ‘als ik morgen nou niet wakker word, is het ook goed’.

Geert: Hoewel de arts verwachtte dat de verstoring in Roelofs oor onherstelbaar zou zijn, blijkt na een jaar of 7 dat het oor zich enigszins herstelt.

Roelof van Driesten: als ik naar muziek ging luisteren en het was ver genoeg van mij af, dan was het bijna gewoon. Alleen met bepaalde frequenties, hoge frequenties, piccolo, trompet, sopranen, was er nog een vervelend geluid in dat oor. Maar ik kon weer naar muziek luisteren na een jaar of 7. Maar het is allemaal, uiteindelijk, voor mijn leven, toch nog goed terecht gekomen, ik ben geen ongelukkig mens.

Daan: euh, hey Geert, dat idee he, dat trillingen het verbindende element vormen, heb je dat nou terug gehoord?

Geert: ja eigenlijk wel, vooral met die snaartheorie heb ik wel het idee dat het klopt dat het verbindende in het heelal een trillend snaartje is en dat geeft mij wel moed, moet ik zeggen. En wat ik zo grappig vond is dat dat verschil tussen absoluut, he, discrete getallen aan de ene kant en aan de andere kant het relatieve, dat dat eigenlijk een soort strijd met elkaar aangaat. En dat had je bij de kwantummechanica, dat maakt gebruik van die discrete verhoudingen, maar die moet de strijd aan gaan met de relativiteitstheorie van Einstein. En bij de muziek is het weer zo dat vals is ook maar relatief, is altijd ten opzichte van iets anders. Aan de ene kant zoek je naar een soort absolute waarheid, maar die gaat altijd een soort strijd aan met een waarheid die ook weer relatief is. Om het zo maar te zeggen.

Daan: moet ik nog heel even over nadenken, maar ik vind het wel mooi klinken.

Geert: klinkt wel mooi he, klonk niet vals?

Daan: nee, absoluut zuiver

Slot

Daan: Dit was de podcast van de Kostgangers

Geert: Leuk dat je geluisterd heb. Haha, we gaan gewoon door hoor Niek. Leuk dat je geluisterd hebt. Als je meer wilt weten over de stemtoon, kwantumzwaartekracht of springspinnen… kijk dan op onze website Kostgangers.nl

Daan: Dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan dit verhaal.

Geert: In het bijzonder de volgende studenten van het koninklijk conservatorium in Den Haag: Natalie Pleváková, Max van der Wal, Niels de Bakker en Julio Molina Moya. Zij werden begeleid door Justin Bennet.

Daan: Daarnaast dank aan Eric Bergshoef, Henkjan Honing, Stim Wilcox, Roelof van Driesten en… Fien Veldman. Fien schreef het korte fictie-verhaal, geinspireerd op de springspin Portia Fimbrata. En Karlijn Hamer sprak het verhaal in.

Geert: Deze podcast is tot stand gekomen met behulp van een bijdrage van het Mediafonds.

Daan: en bedankt Niek de Wit, voor de technische ondersteuning in de studio.